CINEMA CORONA #70: SCARLET STREET (Fritz Lang)

scarlet_streetQuarantainedag 70!

Vandaag in onze CINEMA CORONA: ‘SCARLET STREET’ van Fritz Lang, één van de allerbeste uit het zeer rijke film noir-genre, en misschien wel één van de beste naoorlogse films tout court.

Fritz Lang had voor de oorlog de Duitse cinema mee op de wereldkaart gezet met magistrale films als ‘Metropolis’ en ‘M – Eine Stadt Sucht Ein Mörder’, maar door de opkomst van het nazisme besloot hij het zekere voor het onzekere te nemen, en naar de Verenigde Staten uit te wijken (zijn vrouw Thea von Harbou, met wie hij o.a.’Metropolis’ maakte, koos overigens voor de foute kant van de geschiedenis).

In Amerika zou Lang in Hollywood een grote, rijkgevulde carrière opbouwen, waarin deze ‘Scarlet Street’ één van de absolute hoogtepunten is.

Het verhaal draait rond Christopher Cross, een bankbediende die met een midlife crisis kampt, en die halsoverkop verliefd raakt op een knappe, veel jongere vrouw.
Om indruk op haar te maken zwijgt hij over zijn echte job, en presenteert hij zich zich als een rijke, succesvolle artiest, terwijl hij in realiteit alleen maar een hobbyschilder is.

De echte vriend van de jonge vrouw heeft nu echter geld geroken: hij zet zijn vriendin er toe aan met de relatie door te gaan, om de man die ze verkeerdelijk voor een stinkend rijke artiest aanzien zoveel mogelijk poen af te troggelen…

Lang toont zich in ‘Scarlet Street’ een absolute meester in het creëren van een fatale doemsfeer, én in een kenner van de menselijke psychologie: de hele film lag creëert hij razend spannende mind games die de kijker tot de laatste seconde aan zijn stoel gekluisterd houden.

Femme fatale Joan Bennett en Dan Duryea zijn uitmuntend als het koppel dat de ongelukkige sukkel Edward G. Robinson van zijn geld wil afhelpen.

De fantastische zwartwit-fotografie is van Milton R. Krasner, het scenario van Dudley Nichols.

‘Scarlet Street’ is één van die onverwoestbare films die iederéén gezien zou moeten hebben. Bij dezen, hier uw kans:

CINEMA CORONA #67: MY DARLING CLEMENTINE (John Ford)

Quarantainedag 67!My_Darling_Clementie

John Ford wordt door velen gezien als dé grootmeester van de Amerikaanse cinema, en daar zijn inderdaad vele argumenten en nog veel meer prachtfilms voor aan te halen.

Eén van zijn allerbeste is ‘MY DARLING CLEMENTINE’, een zo goed als perfecte film, gebaseerd op het (ook door vele andere regisseurs verfilmde) westernhistorie van Wyatt Earp, Doc Holliday, Tombstone en de O.K. Corral.

Het verhaal begint op het moment dat de gebroeders Earp – die hun vee richting Californië drijven – bij het stadje Tombstone arriveren.

Wanneer de oudste broers daar op onderzoek uitgaan, ontdekken ze dat er totale wetteloosheid heerst, in die mate dat niemand zich zelfs maar kandidaat durft te stellen voor de openstaande vacature van sheriff.
Maar de meest angstwekkende ontdekking volgt bij hun terugkomst: hun jongste broer James – die achtergebleven was om op het vee te passen – is vermoord.

Vastbesloten de laffe moord op hun broer te wreken, stelt Wyatt Earp zich kandidaat als sheriff van Tombstone…

‘My Darling Clementine’ is een film waarin Fords enorme talenten helemaal tot uiting kwamen: enerzijds zijn verbluffende visuele kracht (letterlijk élk beeld zit goed), en anderzijds zijn unieke gave om verhalen te vertellen – Ford grijpt de kijker van bij de eerste seconde bij zijn nekvel, en laat hem pas weer los nadat ‘The End’ over het scherm is gerold.
Bovendien weet Ford altijd het beste in zijn acteurs naar boven te halen: Henry Fonda, Victor Mature, Linda Darnell en Walter Brennan zijn hier allemaal outstanding.

En dan is er natuurlijk nog de titelsong, die als rode draad doorheen de film gebruikt wordt, en dat al die jaren later nog altijd een westernklassieker is.

Enjoy!
(Tip: van John Ford is ook het even geweldige ‘STAGECOACH’ nog altijd te (her)bekijken in onze Cinema Corona)

CINEMA CORONA #63: DEATH RACE 2000 (Paul Bartel)

death-race-2000Quarantainedag 63!

 

Tarkovski, Fassbinder en Chantal Akerman, allemaal goed en wel, maar zo af en toe eens een lekker vettige, trashy B-film, volgepakt met zwarte humor, dwaze actie en heerlijke onnozeliteiten: moet toch ook kunnen, niet?

En in dat genre van de zwarte humor, dwaze actie en heerlijke onnozeliteiten is er waarschijnlijk geen betere film te vinden dan ‘DEATH RACE 2000′ van Paul Bartel.

De film speelt zich af in het Amerika van het jaar 2000, een land dat helemaal de foute kant is uitgegaan: politieke onrust en anarchie hebben ervoor gezorgd dat een dictatoriale president de macht heeft gegrepen. En die sust de massa met brood en spelen. (Tot daar klinkt het scenario eigenlijk verrassend vertrouwd en realistisch)

Hoogtepunt (of dieptepunt, zo u wil) is de Transcontinental Road Race, een extreem brutaal race-evenement waarbij de deelnemers punten kunnen verdienen door nietsvermoedende voetgangers omver te rijden, met bonuspunten naargelang het type mens dat omver gereden wordt…
Bij de deelnemende piloten uiteraard alleen maar zéér fout volk, zoals een neo-nazi (‘Matilda the Hun‘), een soort Romeine gladiator (‘Nero the Hero‘), een killer-cowgirl (‘Calamity Jane‘) en een gangster uit de achterbuurten van Chicago, Machine Gun Joe, grappig genoeg gespeeld door de jonge Sylvester Stallone.

‘Death Race 2000′ zorgde destijds (in 1975) uiteraard voor de nodige controverse, en we vermoeden dat hij nog altijd niet zal gebruikt worden om verkeersveiligheid te promoten, maar de film heeft ondertussen wél een onverwoestbare cultstatus opgebouwd (en is een inspiratiebron voor talloze videogames).

‘Death Race 2000′ werd geproduceerd door lowbudgetkoning Roger Corman, die in zijn B-filmfabriek vele supertalenten hun eerste kans gaf: Martin Scorsese, Francis Ford Coppola, James Cameron en tal van anderen leerden allemaal bij hem het vak, en dat leverde vaak zéér amusant en zéér apart entertainment op.
Behalve Stallone doet o.a. ook David Carradine mee.

Enjoy!

CINEMA CORONA #61: EL GRAN CALAVERA (Luis Bunuel)

Quarantainedag 61!El_Gran_Calavera

Vandaag misschien wel de meest klassieke maar daarom zeker niet minder grappige komedie van Luis Bunuel: ‘EL GRAN CALAVERA’ (vrij vertaald: de grote boemelaar).

Het verhaal draait rond de stinkend rijke patriarch Ramiro de la Mata, die het na de dood van zijn vrouw op een geweldig zuipen gezet heeft.

Zijn bijna constant dronken toestand wordt door zijn omgeving zorgvuldig in stand gehouden, want eens hij in de wind is, profiteren zijn personeel, zijn familie en zijn vrienden daar op alle mogelijke manieren van, en dan vooral financieel: zijn personeel paft tijdens de werkuren zijn peperdure sigaren op, zijn zoon koopt een nieuwe Cadillac en de rest verbrast zijn geld aan alles wat verder nog te koop is.

Nadat hij in de smiezen krijgt dat zijn bloedmooie dochter wil trouwen met een leegloper die alleen maar op zijn geld uit is, gaat er in zijn dronken hoofd blijkbaar toch een belletje rinkelen. En neemt hij het besluit dat soort bloedzuigers eens goed hun vet te geven…

‘El Gran Calavera’ is een heerlijke geacteerde komedie (niks zo moeilijk als geloofwaardig een dronkelap spelen, maar Fernando Soler is hier spot on) over wat geld zoal met een mens doet.

Voor Bunuel was dit overigens een cruciale film in zijn carrière: door de politieke situatie onder de Franco-dictatuur moest hij in 1936 noodgedwongen uit Spanje vertrekken, en kon hij pas na de oorlog  weer aan de slag, in Mexico. Omdat ‘El Gran Calavera’ onverwacht een grote hit werd, kreeg zijn op een dood spoor zittende filmcarrière opeens een fors nieuw elan, wat resulteerde in een lange rij naoorlogse meesterwerken.

Enjoy!

CINEMA CORONA #59: LE FEU FOLLET (Louis Malle)

le_feu_folletQuarantainedag 59!

Vandaag in CINEMA CORONA een absoluut meesterwerk van misschien wel de grootste Franse cineast van na WO2:  ‘LE FEU FOLLET’ van  Louis Malle.

In die film speelt Maurice Ronet op indrukwekkende wijze de rol van Alain, een knappe en intelligente maar in een diepe depressie verzeilde man.

Zijn huwelijk met Dorothy bestaat alleen nog op papier: zij zit in New York, hij in een inrichting in Parijs, waar hij van zijn alcoholverslaving probeert af te raken.

Een buitenechtelijk relatie met Lydia – een vriendin van Dorothy – zorgt niet voor een nieuwe vonk in zijn leven. Sterker nog: niks zorgt nog voor een vonk in zijn leven, ook al verklaart zijn behandelende arts hem ‘genezen’.
Het plan om er een eind aan te maken rijpt in zijn hoofd, maar eerst zoekt hij in de stad nog al zijn oude vrienden op…

‘Le Feu Follet’ is een zware maar ijzersterke prent over de ultieme existentiële vragen, het soort vragen waar in de meeste films met een zeer grote boog omheen gefietst wordt: de stiltes zeggen hier vaak meer dan de dialogen, de blikken meer dan de woorden.

Kortom: als u gewoon op zoek bent naar het betere entertainment, dan is dit niks voor u, en verwijzen we u graag door naar filmisch lekkers als ‘THE SCARECROW’ van Buster Keaton, ‘HEAVEN CAN WAIT’ van Lubitsch of ‘CONSENT’ van Jason Reitman

Maar als u een film wil zien die u bij uw nekvel grijpt en die u nooit meer vergeet: dan deze.

Jeanne Moreau speelt een kleine maar belangrijke bijrol, en de muziek van Erik Satie is perfect gekozen.

CINEMA CORONA #56: THE GIRL CAN’T HELP IT (Frank Tashlin) + Little Richard live!

the-girl-cant-help-it
Quarantainedag 56!

Gisteren overleed Little Richard, en die gebeurtenis mogen we niet laten voorbijgaan zonder in onze CINEMA CORONA wat filmische eer te betonen aan de man.

Want zonder Little Richard géén rock-‘n-roll, géén James Brown, géén Beatles, géén Jimi Hendrix, géén glamrock en géén Prince.

En zonder Little Richard zeker ook geen ‘THE GIRL CAN’T HELP IT’, een fiftieskomedie waarin Frank Tashlin heerlijk onnozele cartoonhumor wist te combineren met flink wat swingende rock-‘n-roll.
De plot draait rond een gangster die zijn liefje tot muziekster wil bombarderen. Daarvoor huurt hij die diensten in van een uitgebluste impresario, die hij flink wat geld toestopt.
Maar er is een mààr: geen avances richting liefje, of er zwaait wat. Wat nogal moeilijk is, want Jerri Jordan is een rondborstige blondine die met haar verschijning alleen al blokken ijs laat smelten, melkflessen doet overkoken en brillenglazen laat springen…

Jayne Mansfield toont zich hier een uitstekende comédienne, en zet perfect de rol van de naïeve blondine neer die – zonder het zelf te beseffen – alle mannen het hoofd op hol brengt.
De rock-‘n-rollnummers die over de hele film uitgestrooid zitten zorgden er in 1956 voor dat vele jongeren over de hele wereld voor het eerst met dit toen nog gloednieuwe genre in contact kwamen: behalve een vlammende Little Richard ziet u ook optredens van o.a. Eddie Cochran, The Platters, Gene Vincent, The Treniers en Fats Domino.

Regisseur Frank Tashlin werkte jarenlang als regisseur bij de Disney-studios en aan de legendarische Looney Tunes-cartoons, en maakte nadien succesvol de overstap naar ‘echte’ films, waarin hij eigenlijk exact dezelfde humor bracht, maar dan met levende mensen.

(PS: het kleine beeldformaat en het zwart-wit de eerste minuten van de film maken deel uit van een filmische grap, laat dat u dus niet afschrikken om verder te kijken)

En voor wie meer Little Richard wil: hier een fantastisch Engels optreden van hem uit 1964, bijgestaan door The Shirelles en Sounds Incorporated. Enjoy!

CINEMA CORONA #55: THE STEEL HELMET (Sam Fuller)

Quarantainedag 55!Steel_Helmet

Reporter Arnout Hauben vroeg een kaarsje te branden om de soldaten van WOII te herdenken, maar met permissie: in plaats van een kaars te branden voor Sam Fuller, gaan wij één van zijn vele uitmuntende films spelen in onze CINEMA CORONA.

Fuller – de zoon van Joods-Russische emigranten – maakte als soldaat van de Eerste Infanteriedivisie de horror van de Tweede Wereldoorlog in de frontlinie mee: hij vocht zowel bij de landingen in Normandië als die in Sicilië en Afrika, trok met de troepen door België en filmde (met een camera die zijn moeder opgestuurd had) de bevrijding van het uitroeiingskamp Falkenau.

Het zou hem een hele rist militaire onderscheidingen opleveren, maar nog veel meer een totale en ongepolijste no bullshit-aanpak in zijn filmcarrière achteraf: bij Fuller geen gladde Hollywoodhelden met een brede tandpastasmile, zijn hoofdpersonages zijn integendeel zakkenrollers, hoertjes, psychiatrische patiënten, hondentrainers en ander weinig glamoureus volk, en zijn filmstijl is direct en – zeker voor die tijd – behoorlijk in your face.
Die unieke stijl zorgde ervoor dat Fuller door een lange rij latere regisseurs als een belangrijke invloed wordt aangeduid: van Godard tot Jim Jarmusch, en van Wim Wenders tot Tarantino, allemaal verklaarden ze zich onvoorwaardelijk fan van de films van Sam Fuller.

In Fullers ‘THE STEEL HELMET’ volgen we een stel Amerikaanse soldaten tijdens de Koreaanse oorlog: sergeant Zack is de enige overlevende van een slachtpartij en wordt gered door een Koreaanse weesjongen. Nadat ze zich aansluiten bij een aantal andere in kleine groepjes rondzwervende Amerikanen zetten ze een post op in een verlaten Boeddhistische tempel. Van daaruit moeten ze de strijd aangaan tegen een overmacht aan communistische troepen….

‘The Steel Helmet’ werd destijds langs twee kanten bekritiseerd (rechtse kranten waren ervan overtuigd dat de film stiekem gefinancierd was door ‘de Roden’, de communistische Daily Worker omschreef hem als ‘een rechtse fantasie’), maar ondertussen wordt hij gezien als één van de sterkste oorlogsfilms uit die periode.
Des te straffer aangezien de film op amper tien dagen tijd (!) en met een minimumbudget werd gedraaid.

CINEMA CORONA #53: DETOUR (Edgar G. Ulmer)

Quarantainedag 53!detour

Zin in een lekkere film noir?

Dan hebt u geluk, want wij hebben vanavond ‘DETOUR’ van Edgar G. Ulmer voor u klaarstaan, één van de absolute klassiekers in het genre.

Antiheld van de film is Al Roberts, een pianist in een kleine nachtclub in New York: niet bepaald de job van zijn leven, maar zijn geestelijke toestand krijgt pas een échte knik wanneer zijn vriendin Sue naar Hollywood vertrekt om daar haar geluk te gaan beproeven.

Na een tijdje kan Roberts het niet meer aan, en besluit hij Sue achterna te reizen naar L.A.
Een reis die hij – vanwege zijn financiële situatie – al liftend moet doen.
Maar onderweg ben je dan aangewezen op Het Lot – en dat Lot is Roberts duidelijk niet gunstig gezind, het is er integendeel alleen maar op uit hem helemaal onderuit te halen.

Regisseur Edgar G. Ulmer leerde het vak in Duitsland bij de toenmalige topregisseur F.W. Murnau, en kwam ook in diens zog mee naar Hollywood.
Daar specialiseerde hij zich in B-films: meestal genrefilms die met een minimaal budget en op een minimum aantal draaidagen met onbekende acteurs in elkaar geflanst werden.
Door zijn talent slaagde Ulmer er echter vaak in die beperkingen te overstijgen, en er soms zelfs een troef van te maken.
‘Detour’ is hiervan het beste voorbeeld: dit is geen gladde, glamoureuze Hollywoodproductie waarin elk detail klopt, en waarin de held op het einde breed lachend de horizon tegemoet rijdt, maar wel een duistere, morsige en cynische prent met veel losse eindjes en vol gekwelde, ja zelfs ronduit onsympathieke hoofdpersonages.

Precies die donkere, zweterige en cheapo atmosfeer heeft er in combinatie met de uitstekende dialogen en quotes (‘I was tussling with the most dangerous animal in the world – a woman’) voor gezorgd dat ‘Detour’ nu zowat als de ultieme film noir bekeken wordt.
Kijken!

CINEMA CORONA #51: UNDERWORLD (Josef von Sternberg)

Quarantainedag 51!Underworld 9

Vandaag hebben we één van de vele meesterwerken van de uitvinder van de Amerikaanse gangsterfilm in petto: Josef Von Sternberg, de regisseur die niet zo lang nadien Marlene Dietrich tot een wereldster zou maken.

In ‘UNDERWORLD’ neemt Von Sternberg ons mee in het gangstermilieu van Chicago, waar de meedogenloze “Bull” Weed de plak zwaait.
“Bull” heeft zich verzekerd van de hulp van “Rolls Royce” Wensel, een advocaat die ten prooi was gevallen aan alcoholisme, maar er door Bull weer wat bovenop geholpen wordt.
“Rolls Royce” moet “Bull” bijstaan in zijn machtsstrijd tegen Buck Mulligan, die het territorium van “Bull” wil binnendringen.
Maar dat plan draait enigszins anders uit, zeker wanneer “Rolls Royce” een oogje laat vallen op het liefje van “Bull”…

De studio verwachtte niks van ‘Underworld”, maar dat was buiten von Sternberg gerekend, die niet alleen magistrale gansterfilm maar ook een gigantische hit afleverde.
De volkstoeloop in de cinema’s was zelfs zo groot dat Paramount besloot de film non-stop de klok rond te programmeren in New York.

En ook al zijn we nu bijna een eeuw later, de film staat nog altijd als een huis.
Ontdek hem hier:

UNDERWORLD
Regie: Josef von Sternberg
USA 1927, 81 min.

CINEMA CORONA #47: ‘BLUE VELVET’ – Q2 fan edit (David Lynch)

Quarantainedag 47!blue_velvet

Verlengd weekend?
Dan hebben wij een verlengde film in petto!

Toen David Lynch in 1986 zijn meesterwerk ‘BLUE VELVET’ afleverde, moest dat contractueel verplicht een film van maximum twee uur zijn.
Lynch had echter veel meer materiaal geschoten, waardoor er heel wat pellicule op de montagevloer sneuvelde.

Maar zoals dat in deze internettijden gaat: érgens ter wereld is wel een dolgedraaide Lynch-fan te vinden die in zijn vrije tijd al die weggeknipte stukken bij elkaar zoekt (elke dvd-release biedt wel wat bonusmateriaal als lokkertje), en die al die scènes vervolgens weer in de film monteert.

Let op: het gaat hier niet om één of andere kleine, onbeduidende extra scène, integendeel zelfs, want de Lynch-fan editor Q2 reïntegreerde uiteindelijk maar liefst 44 minuten (!) extra materiaal in ‘Blue Velvet’.
Een even discutabel als interessant en fascinerend experiment, want door deze nieuwe montage krijgen een aantal originele personages of scènes een totaal andere betekenis dan in de film die Lynch uitbracht.

Daarom: als u de originele Lynch-versie nog niet gezien hebt (en die moét u echt ooit in uw leven gezien hebben), bekijk dan zeker eerst dié, en daarna pas deze.
Want een fan edit van een meesterwerk blijft – hoe boeiend soms ook – natuurlijk altijd een soort heiligschennis: alsof iemand op eigen houtje nog vier extra (maar wel door de gebroeders Van Eyck geschilderde) panelen aan het Lam Gods hangt.

Kijk hier en oordeel zelf:

Recensie van Mark Kermode (BBC):