In première: LOURDES (Thierry Demaizière & Alban Teurlai)

LourdesIN PREMIERE!

OPENLUCHTVERTONING
in (de pas gerestaureerde) stiltetuin van het Aartsbisschoppelijk Paleis.

Ingang via de poort in de Schoutetstraat (deuren 20u45)

ZATERDAG 7 AUGUSTUS 2021
na zonsondergang (vertoning: +/- 21u30)

ONLINE-TICKETS zijn HIER te koop.

—-
Met miljoenen zijn ze, de pelgrims die jaarlijks Lourdes bezoeken, het bedevaartsoord waar meer dan 150 jaar geleden de Maagd Maria aan Bernadette Soubirous verschenen zou zijn.

Op zoek naar het waarom van die pelgrimages volgden de meermaals gelauwerde documentairemakers Thierry Demaizière & Alban Teurlai met hun camera commentaarloos een aantal van die bedevaarders, en lieten vervolgens de krachtige beelden voor zichzelf spreken in deze stilmakende documentaire.

Hun ‘LOURDES’ laat ons kennismaken met een oord waar iedereen die we in onze flitsende, op winners afgestemde succesmaatschappij liefst zo ver mogelijk wegstoppen zich verzamelt, op zoek naar hoop en steun: lijdende mensen, falende mensen, gebroken mensen, stervende mensen, sukkelaars, gehandicapten, losers en outsiders.

De verhalen van de pelgrims behoeven overigens geen enkele commentaar om elke kijker – gelovig of niet – midscheeps te treffen: er is Jean-Baptiste, een opgewekt

logo_ccv_kleurjongetje wiens kleine broer terminaal is, en die door zijn vrome vader meegenomen wordt om te bidden voor genezing.

Of Jean, een zakenman die door de ziekte van Lou Gehrig getroffen werd, en die nu compleet immobiel is geworden.
We maken kennis met een man die na een mislukte zelfmoordpoging niet meer kan praten, en die nu moet communiceren door letters op een blad aan te wijzen – waaruit Continue reading “In première: LOURDES (Thierry Demaizière & Alban Teurlai)” »

Green Screen: HONEYLAND

HoneylandVertoning:
MAANDAG 20 SEPTEMBER om 20u30.

ONLINE-TICKETS binnenkort te koop.

 

 

Een vertoning in onze Green Screen-reeks.

—-

‘De helft voor mij, de andere helft laat ik aan de bijen.’

Onder dat ‘eerlijk delen’-motto wint imker Hatidze al haar hele leven honing van de bijen op de bergflanken in Noord-Macedonië, honing die ze dan verkoopt op de markt in de streek: een bezigheid die haar nét voldoende geld oplevert om te voorzien in het levensonderhoud van haarzelf en van haar stokoude, bedlegerige moeder.

Het bijna middeleeuwse, voortkabbelende bestaan van Hatidze wordt echter grondig door elkaar geschud wanneer op een dag een kroostrijke en behoorlijk luidruchtige Turkse familie met hun trailer (en hun kudde koeien) met veel kabaal naast haar

schamele woning neerstrijkt.
De Turkse familie ziet meteen ook brood in de honingverkoop, maar houdt er bij de oogst een heel ander motto op na dan Hatidze: pakken wat er te pakken valt, verdoemme!

Met als gevolg dat het broze evenwicht tussen mens en natuur meteen compleet verstoord raakt, en Hatidze in haar bestaan bedreigd wordt…

‘Honeyland’ is een wondermooie (zij het soms harde) film die zich lijkt af te spelen in een wereld zéér ver van de onze, maar die wél fundamentele vragen opwerpt over hoe ook  Continue reading “Green Screen: HONEYLAND” »

WHITE CUBE (Renzo Martens)

White-Cube_poster
Vertoning op:
MAANDAG 4 OKTOBER 2021 om 20u30

In het kader van het AFRIKA FILMFESTIVAL!

Een Art & Film-vertoning in samenwerking met Academie Mechelen
—–

Grote bedrijven pakken graag uit met hun ‘mecenaat’ (let vooral op de aanhalingstekens) van musea en kunsttentoonstellingen.
Die kunstzinnige interesse wordt wel héél ironisch – of zeg maar gerust: cynisch – wanneer bedrijven die hun rijkdom bouwden op het leegroven van Afrika tentoonstellingen van Afrikaanse kunst ‘sponsoren’.
Zo merkte Renzo Martens bij een vertoning van zijn vorige film ‘Enjoy Poverty’ in het Tate Modern daar overal logo’s van de gulle sponsor Unilever op, uitgerekend het bedrijf  dat groot werd door palmolie uit de plantages rond Lusanga (het voormalige Leverville) te verhandelen.

afrika_filmfestival_LogoDe in armoede levende plantage-arbeiders werden gedwongen tot monocultuur, en van de winsten vloeide zo goed als niks naar hen terug.

Renzo Martens trok naar Lusanga, waar hij met een plaatselijke kunstcoöperatieve van (voormalige) plantage- Continue reading “WHITE CUBE (Renzo Martens)” »

LA CORDILLERA DE LOS SUENOS (Patricio Guzman)

La_Cordillera_de_los_SuenosVERTONING:
MAANDAG 28 MAART 2022 
om 20u30

 

 

Belangstellenden kunnen vanaf 20u15 een inleiding bijwonen van Leo De Weerdt sj.

Een organisatie i.s.m. CCV en
de Mechelse Parochies.

——
Meer dan 40 jaar geleden vluchtte regisseur Patricio Guzman uit Chili nadat de militairen onder aanvoering van generaal Pinochet de democratisch gekozen regering van Salvador Allende omverwierpen en een brutale dictatuur installeerden die van 1973 tot 1990 zou duren.

Guzman bleef echter al die tijd constant aan zijn land, de cultuur en de machtige natuur denken.
Uit die gedachten distilleerde hij nu zijn prachtige, poëtische ‘LA CORDILLERA DE LOS SUENOS’, met een hoofdrol voor de adembenemende bergtoppen van de Andes, magistraal gefilmd door cameraman Samuel Lahu.

In zijn jeugd had Guzman totaal geen interesse in die bergen, vertelt hij, omdat hij zoals

logo_ccv_kleurveel van zijn generatiegenoten helemaal opgeslokt was door de politieke situatie in zijn land.

Nu hij in de zeventig is, raakt hij echter niet uitgekeken op de schoonheid en grootsheid van de Cordillera, die onaangetast de dictatuur hebben zien komen en gaan.

Bovendien reflecteert hij met deze film ook op zijn eigen rol, want een belangrijk deel van ‘La Cordillera de los Suenos’ is gebaseerd op filmfragmenten van Pablo Salas, een regisseur die er in tegenstelling tot Guzman voor koos in Chili te blijven, en die op gevaar Continue reading “LA CORDILLERA DE LOS SUENOS (Patricio Guzman)” »

CINEMA CORONA #190: LET’S GET LOST (Bruce Weber)

Lets-Get-LostOp vrijdag vertonen we in CINEMA CORONA graag een muziekfilm, en vandaag is dat het adembenemend mooie (maar evengoed soms intrieste) ‘LET’S GET LOST’ van Bruce Weber.

In deze uitermate poëtische docu volgen we het turbulente bestaan van Chet Baker: gezegend met een engelenstem en met een uitzonderlijk talent voor de trompet groeide hij in de fifties uit tot een ware ster.

De jazz beleefde hoogdagen, en namen als Miles Davis, John Coltrane, Dave Brubeck, Thelonious Monk en Chet Baker waren helden voor het hippe gedeelte van de jeugd.

Helaas zou een aantal van hen meteen in alle vallen trappen waarin ook de rock-‘n-rollers na hen zouden trappen: drank, drugs, foute managers en een schier eindeloos spoor van gebroken relaties.
Baker bleek één hen: drugs- en drankverbruik en de daaruit volgende problemen (na een schimmige drugsdeal werd een tand uit z’n mond geklopt, waardoor hij geen trompet meer kon spelen…) zorgden ervoor dat hij in de Verenigde Staten snel uit de picture verdween.

In Europa kwam hij nog wel aan de bak in het circuit van de kleine jazzclubs, maar muziek was op dat moment allang niet meer de eerste reden waarom hij Amsterdam als uitvalsbasis had gekozen: die stad was vooral makkelijk om aan heroïne te komen, en omdat men er tolerant was tegenover de gebruikers…

Baker belandt in de marge van de muziek, en dreigt zelfs totaal in de vergetelheid te belanden, tot in de jaren ’80 een nieuwe generatie hem herontdekt: met dank aan fan Elvis Costello, die Baker vroeg een trompetsolo te spelen op zijn ‘Shipbuilding’ – het resultaat bleek een klassieker.

De echte revival (en de première van ‘LET’S GET LOST’) mocht hij helaas zelf niet meer meemaken, want in 1988 viel hij – beneveld door heroïne en coke – uit het raam van een Amsterdams hotel, twee verdiepingen naar beneden.

‘LET’S GET LOST’ toont zowel de intense schoonheid van Bakers muziek als de even intens duistere kant van zijn persoonlijke leven – een bloedmooi maar bitterzoet portret van een complex leven.

Check ook deze korte docu over Chet Baker in de cinema:

CINEMA CORONA #187: Art & Film: MICHAEL PALIN & THE MYSTERY OF HAMMERSHØI

Michael_Palin_Mystery_Of_Hammershoi

Vilhelm Hammershøi.

Het zou de naam van de Deense VN-gezant, een ex-schansspringer of de burgemeester van Örebro kunnen zijn, maar neen: Vilhem Hammershøi blijkt één van de best bewaarde geheimen uit de kunstwereld.

Meer dan dertig jaar geleden botste Michael Palin op een expo over Scandinavische kunst op enkele werken van Hammershøi, en die enkele werken lieten hem sindsdien nooit meer los.
In die mate dat hij in 2005 een hele documentaire aan deze fascinerende figuur wijdde.

Palin begint zijn zoektocht in Londen, waar Hammershøi aan het eind van de 19de eeuw ging aankloppen bij zijn grote held Whistler: die bleek helaas niet thuis, en Hammershøi was te schuw om het een tweede keer te proberen…

Het Tate in Londen heeft één werk van Hammershøi, maar dat is niet eens zichtbaar voor het publiek: wanneer Palin het wil zien, moet het uit hun depot gehaald worden.

Het zijn twee anekdotes die typerend zijn voor het lot dat Hammershøi en zijn werk lange tijd moesten ondergaan – zelfs zijn absolute meesterwerk ‘Fem Portrætter’ werd afgewezen door het Deens Nationaal Museum.

Maar Palin – zelfverklaard lid van de ‘Vrienden van Hammershøi’ – toont zich de perfecte promotor van het werk, en probeert zelfs een coalitie te smeden met de (wél echt bestaande) ‘Vrienden van Vermeer‘ in Delft, aangezien Hammershøi na een bezoek aan Nederland zwaar onder de indruk raakte van diens werk.

‘MICHAEL PALIN & THE MYSTERY OF HAMMERSHØI’ is een uitermate onderhoudende en boeiende docu over een onderschat artiest, voortgedreven door het aanstekelijke enthousiasme van Palin voor zijn onderwerp.

(Palin heeft overigens gelijk gekregen, want sinds de documentaire in 2005 gemaakt werd, is de aandacht voor het werk van Hammershøi spectaculair toegenomen, met retrospectieves in (o.a.) het Guggenheim en het Musée d’Orsay. En nadat het Getty in 2018 zijn ‘Interiør med kunstnerens staffeli, Bredgade 25′ voor meer dan 5,5 miljoen dollar aankocht, is hij nu ook de Duurste Deense Schilder)

Art & Film loopt zoals altijd in samenwerking met Academie Mechelen.

CINEMA CORONA #179: Art & Film: ZAHA HADID: WHO DARES WINS

Zaha_Hadid_Wh-Dares_Wins
Vandaag in CINEMA CORONA opnieuw een maandagse Art & Film, dit keer over één van de  meest baanbrekende architecten van de laatste eeuw: Zaha Hadid.

In ‘ZAHA HADID: WHO DARES WINS’ schetst Alan Yentob een fascinerend overzicht van haar rijkgevulde leven en dito carrière, waarin niet alleen Hadid zelf maar ook zowat elke cruciaal personage uit haar leven aan bod komt.

De in Irak geboren en opgegroeide Hadid trekt in 1972 naar Londen om haar kinderdroom te realiseren. Daar komt terecht in de beroemde (en beruchte) Architectural Association, een school waar op dat moment de spirit van de jaren ’60 nog in volle bloei is: zéér wilde ideeën worden gestimuleerd, en de gekste experimenten behoren er tot de orde van de dag.
Hadids talent wordt er meteen opgemerkt door twee docenten die toevallig zélf net op de rand van een wereldwijde doorbraak staan: Rem Koolhaas en Elia Zenghelis.

Maar ondanks dat onmiskenbare talent zal het nog tot begin de jaren ’90 duren voor haar eerste gebouwen gerealiseerd worden, en zelfs tot eind jaren ’90 voor ze internationaal doorbreekt.

Maar dan gaat het snel: haar bureautje van vier man groeit uit tot een wereldwijd architectuurmerk waaraan 400 man werken.
De skischans van Innsbruck, het kantoorgebouw van BMW, het MAXXI-museum in Rome, het Riverside in Glasgow of – dichter bij ons – het Havenhuis in Antwerpen en vele andere van haar ontwerpen groeien uit tot architecturale ijkpunten.

Dat Havenhuis was in 2016 overigens één van haar laatste werken, want Hadid overleed datzelfde jaar aan een hartaanval.

‘ZAHA HADID: WHO DARES WINS’ is een uitmuntende introductie tot het werk van deze volstrekt unieke architecte.

Ontdek deze docu hier:

Art & Film loopt zoals altijd in samenwerking met Academie Mechelen.

CINEMA CORONA #178: BELLS FROM THE DEEP (Werner Herzog)

Bells_From_The_DeepVandaag trekken we met CINEMA CORONA in de voetsporen van Werner Herzog naar het Rusland en Siberië van net na de val van het communisme: geloof, mystiek, devotie en bijgeloof blijken er niet uitgeroeid te zijn door de goddeloze communisten.

Wel integendeel, want Herzog neemt ons mee op een Russische reli-tocht die nu eens hilarisch, dan weer verbijsterend en vervolgens ontroerend is.

We gaan bijvoorbeeld naar een exorcist, die voor een volle zaal toeschouwers een tiental vrouwen – Satan is blijkbaar alleen in dames geïnteresseerd – live van de duivel verlost.

We zien een faith healer die vanop het podium van een al even bomvolle zaal Positieve Kosmische Energie naar de aanwezigen doorstuurt. Gewoon via de handpalmen!

We volgen gelovigen die op handen en voeten door een heilig bos kruipen. Of die op hun buik over een dichtgevroren meer glijden, in de hoop door het ijs een glimp van de Verloren Stad op te vangen.

Er is een ronduit hartverscheurende scène met een mentaal zwaar beschadigde klokkenluider, een man die als baby door zijn ouders – die hij nooit gezien heeft – achtergelaten is, en die nu zijn levenskracht uit het virtuoos bespelen van de primitieve kerkbeiaard haalt.

We zien een orthodoxe priester een kleine dopen op een wijze die je in België gegarandeerd een proces wegens mishandeling zou opleveren.

En er is een wel héél erg gelijkende Jezus-lookalike die – hij weet waarschijnlijk waarover hij spreekt – met zachte stem voor valse profeten waarschuwt.

Bovenop die mishmash van fascinerende personages en devote Russen krijgt u de prachtige muziek er gratis bij: vooral een scène waarin een Siberische duo met een soort banjospoler en een keelzanger van jetje geven blijft bij.

Enfin: zéker kijken.
Ook al omdat Jezus zelf op het einde de kijkers van de docu zegent, dus qua bonus kan dat tellen.

CINEMA CORONA #176: ‘UNCLE SAX : THE LIFE & JAZZ OF JACK SELS’ (Lander Lenaerts) + ‘JACK SELS’ (Philippe Cortens)

Jack_Sels
Om het weekend swingend in te gaan hebben we vandaag twéé korte  jazzdocumentaires voor u klaarstaan, weliswaar over één onderwerp: de Antwerpse saxofonist Jack Sels.

Jack Sels werd in 1922 geboren als de zoon van een Antwerpse miljonair-reder, maar werd na een ongeluk al in zijn tienerjaren wees. Met veel kennis van geldbeheer bleek de jonge Jack niet gezegend (hij slaagde erin de hele erfenis er op geen tijd door te jagen), maar muzikaal talent had de fan van Lester Young, Miles Davis en Charlie Parker des te meer.

Sels bleek een uitzonderlijk begiftigde jazzsaxofonist, maar in het naoorlogse België bleek een carrière als jazzmuzikant uitbouwen geen sinecure, hoezeer insiders ook naar zijn kunnen opkeken.

Bovendien zou hij op jonge leeftijd sterven: nadat gezondheidsproblemen hem aan het eind van zijn leven hem het spelen beletten, overleed hij op amper 48-jarige leeftijd aan een hartaanval.

Twee documentairemakers brengen zijn talent weer tot leven.

In ‘UNCLE SAX : THE LIFE & JAZZ OF JACK SELS’ schetst regisseur Lander Lenaerts het incident- en kleurrijke leven van Sels aan de hand van getuigenissen van o.a. collega-saxofonist Cel Overberghe, gitarist Philip Catherine en radiomaker Marc Van den Hoof.

Voor ‘JACK SELS’ verzamelde Philippe Cortens dan weer verhalen bij Hugo Camps (vriend van Jack Sels), Josse De Pauw (die de hoofdrol vertolkte in ‘Just Friends’, de speelfilm die op Sels’ leven gebaseerd was) en – jawel – Will Tura, die tot zijn eigen verbazing ooit door een impresario met Sels geboekt was.

Enjoy!

CINEMA CORONA #172: EASY RIDERS, RAGING BULLS (Kenneth Bowser)

Easy_Riders_Raging_Bulls
Vandaag in CINEMA CORONA ‘EASY RIDERS, RAGING BULLS’, een essentiële documentaire over het stukje filmgeschiedenis waar eigenlijk ook Tarantino‘s ‘Once Upon A Time… In Hollywood’ over ging: het einde van het oude Hollywood-studiosysteem, en de opkomst van een nieuwe, jonge, ambitieuze en brutale generatie filmmakers.

Hun verhaal begint in de sixties, op een moment dat de oude studiobazen – allemaal bejaarde mannen uit een vervlogen tijdperk – stilaan de weg helemaal zijn kwijtgeraakt: terwijl in Europa de cinema helemaal overhoop wordt gegooid door opwindende nieuwlichters en visionaire talenten als Godard, Ingmar Bergman, Louis Malle, Antonioni en Fellini, stort in Amerika het studiosysteem – mede door de opkomst van de televisie – helemaal in.

Een generatie jonge Amerikaanse filmmakers kijkt met bewondering naar die Europese films, en leert ondertussen het vak al doende.

Velen doen dat niet binnen de grote klassieke studio’s, maar in de lowbudgetstudio van producer/regisseur Roger Corman, die niet alleen een geweldig oog voor jong talent blijkt te hebben, maar die dat talent ook vrijelijk zijn gang laat gaan met het maken van goedkope biker movies, horrorprenten, racefilms en andere B-films die hij aan de toen zeer populaire drive in-cinema’s kon slijten.

Het is uit die rare mix dat regisseurs als Martin Scorsese (‘Taxi Driver’, ‘Raging Bull’…), Francis Ford Coppola (de ‘Godfather’-trilogie, ‘Apocalypse Now’…), Peter Bogdanovich (‘The Last Picture Show’), George Lucas (‘Star Wars’), Arthur Penn (‘Bonnie and Clyde’), Steven Spielberg (‘Jaws’) en William Friedkin (‘The Exorcist’) tevoorschijn komen, allemaal unieke talenten die in de seventies stormenderhand de bioscopen overal ter wereld zullen veroveren.

Deze groep movie brats bestaat echter niet alleen regisseurs met een geweldig filmtalent: ze zijn vaak ook gezegend met een gigantisch groot ego, en van excessen allerhande zijn ze evenmin vies, wel integendeel!
Dit is de generatie die niet alleen opgegroeid is met sex, drugs & rock’n’roll, maar die er in sommige gevallen ook ten onder zal aan gaan…

De documentaire is gebaseerd op het gelijknamige en bijzonder geruchtmakende boek van Peter Biskind, die er nadien van beschuldigd is in de keuze van zijn quotes en getuigen alleen maar op de meest vettige aspecten en spectaculaire details te hebben gefocust.

Kan zijn, maar dat maakt het boek én deze documentaire niet minder essentieel.

Kijken, dus!