CINEMA CORONA #174: THE HUSTLER (Robert Rossen)

The_Hustler
Met het fantastische ‘THE HUSTLER’ presenteren we vandaag in CINEMA CORONA misschien wel de allerbeste film uit de sowieso toch al niet misse carrière van Paul Newman .

In ‘THE HUSTLER’ speelt Newman met veel bravado ‘Fast Eddie’ Felson, een extreem getalenteerde poolspeler zijn geld verdient door her en der in bars voor geld tegen lokale biljarters te spelen, die hij tot hoge inzetten drijft door zich voor te doen als een knoeier.

De combinatie van zijn talent met stevig drankgebruik en een hanige attitude bezorgen hem algauw een reputatie in het wereldje van de hustlers, én leiden ertoe dat hij in zijn overmoed poollegende Minnesota Fats tot een match voor een extreem hoge inzet uitdaagt.

Na een partij van 24 uur tegen de sluwe oude vos verliest Fast Eddie echter zowat alles wat hij heeft: zonder geld of manager en met een totaal geknakt zelfvertrouwen moet hij een nieuwe toekomst voor zichzelf proberen op te bouwen…

Wat volgt is een meesterlijk psychologisch epos over vallen en opstaan, over je ziel verkopen en over je integriteit behouden.

Met ‘THE HUSTLER’ maakte regisseur Robert Rossen een quasi-perfecte film: het scenario en de dialogen zijn magistraal, de casting is geweldig (naast Newman spelen George C. Scott, Piper Laurie en Jackie Gleason de pannen van het dak), de lekkere, sleazy jazz-soundtrack van Kenyon Hopkins zet perfect de sfeer, en het camerawerk van de oude Duitse grootmeester Eugen Schüfftan werd terecht met een Oscar bekroond (Schüfftan was een man die in de jaren dertig al meesterwerken als ‘Metropolis’ en ‘Die Nibelungen’ had gedraaid).

Martin Scorsese was zó onder de indruk van ‘THE HUSTLER’ (uit 1961) dat hij er met ‘THE COLOR OF MONEY’ (uit 1986) een vervolg op draaide, waarin Paul Newman zijn poolkennis doorgeeft aan zijn opvolger, gespeeld door Tom Cruise.
Oók een prima film, maar zo goed als het origineel? Nope: Newman blijft voor eeuwig en altijd de enige echte hustler.

Karyn Kusama verzorgt de vakkundige inleiding:

CINEMA CORONA #28: MENSCHEN AM SONNTAG (Robert Siodmak, Fred Zinneman, Edgar G. Ulmer, Billy Wilder)

Menschen_am_SonntagQuarantainedag 28!

Vandaag hebben we in onze CINEMA CORONA misschien wel de allermooiste mooie zondagsfilm uit de filmgeschiedenis voor u klaarstaan: ‘MENSCHEN AM SONNTAG’.

In de film volgen we gewoon de dingen die een stel Berlijners in 1930 op een zonnige zondag deden: de jonge dandy Wolfgang heeft een zondags afspraakje gemaakt met de knappe Christl, die de kost verdient als figurante in films. Bij die trip naar de Wannsee worden ze vergezeld door Brigitte (de al even knappe vriendin van Christl) en de taxichauffeur Erwin, die na een huiselijke ruzie een namiddag van zijn vriendin verlost wilde zijn.
Het geflirt dat zich tijdens een zwempartijtje en de daarop volgende picnic ontspint, verloopt echter niet in de richting die elk van de vier aanwezigen vooraf gehoopt of gewild had…

Menschen_am_Sonnatg_Brigitte_Borchers_1Het is achteraf bekeken bijna ongelooflijk dat deze film in het Berlijn van 1930 gedraaid is, nauwelijks drie jaar voor Hitler en zijn acolieten er één van de meest afschuwelijke dictaturen ever zou installeren.

Wat we in deze semi-documentaire/semi-speelfilm zien is immers niet bepaald een broeihaard van nazisme, maar een vibrerende, open, levenslustige en welvarende stad, drijvend op de energie van zelfbewuste, stijlvolle, sexy en vrijgevochten jonge mensen.

De acteurs zijn allemaal amateurs die zichzelf spelen, maar voor de makers bleek ‘Menschen am Sonntag’ het begin van een stel zéér mooie filmcarrières: bijna allemaal emigreerden ze na de machtsgreep van Hitler naar Amerika, waar Robert Siodmak, Fred Zinneman en – vooral – de briljante Billy Wilder zouden uitgroeien tot absolute topregisseurs in Hollywood, terwijl Edgar G. Ulmer enkele uitmuntende B-films afleverde (onder andere de klassieke film noir ‘Detour’ is van hem).

90 jaar na dato is ‘Menschen am Sonntag’ nog altijd een fantastisch frisse en moderne film, vol joie de vivre. Enjoy!