Monsieur Bashir Lazhar is een Algerijnse asielzoeker die in een basisschool in Montréal vol goede moed aan een interimjob als leraar begint.
Probleem: zijn voorgangster heeft zich in haar klas opgehangen, en zo de leerlingen met een verschrikkelijk trauma opgezadeld.
De directie verbiedt hem het over dat afschuwelijke voorval te praten, maar Lazhar – die door zijn verleden zelf flink wat ervaring heeft met trauma’s en verlies – kan niet lijdzaam toezien hoe de ‘professionals’ het aanpakken.
Stukje bij beetje weet de eigenzinnige en aparte Monsieur Lazhar het vertrouwen van de
kinderen te winnen, en ze van hun innerlijke wonden te genezen.
Een recht naar het hart gaand scenario, heerlijke dialogen, een ontroerende vertolking van de Canadese komiek Mohamed Fellag als
De 85-jarige André ontwaakt na een beroerte compleet hulpeloos in een ziekenhuisbed: half verlamd, met een scheve mond, en met één oog halfdicht.
Revalidatie kan wel de ergste kantjes van zijn verlamming afzwakken, en hij heeft bovendien zijn twee liefhebbende dochters om hem bij te staan, maar voor de trotse, zelfbewuste en gepassioneerde man hoeft het allemaal niet meer: wat is het leven nog waard als hij niet zelf meer naar zijn favoriete restaurant kan gaan?
Als hij niet meer met zijn kunstcollectie bezig kan zijn?
Als hij niet meer zelf de regie in handen heeft?
En dus vraagt hij – op zijn eigen, doortastende manier – aan zijn dochter Emmanuèle hem met nog één zaak te helpen: euthanasie.
Maar die éne vastberaden Ultieme Vraag trekt bij zijn familie een blik met tienduizend andere vragen en problemen open…
‘TOUT S’EST BIEN PASSÉ’ is het nieuwste meesterstukje van François Ozon, waarschijnlijk de enige regisseur ter wereld die rond een thema als euthanasie een film kan maken die zowel zéér grappig als ernstig en levensecht is.
Dat komt vooral omdat hij van de verlamde André (heerlijk vertolkt door André Dussolier) geen meelijwekkende figuur heeft gemaakt, wel integendeel: de man is – zoals ze in Mechelen zeggen – giene gemakkelijke, een koppigaard die niet op de centen moet kijken, die ten allen tijde zijn wil doordrijft, en die de subtiliteit van een pletwals Continue reading “TOUT S’EST BIEN PASSÉ (François Ozon)” »
De zevenjarige Sasha droomt ervan een meisje te mogen zijn, al zolang ze zich kan herinneren. Haar familie staat haar zonder aarzelen bij.
Op school moet ze echter jongenskleren dragen, en wordt ze anders behandeld dan haar klasgenoten.
Voor Sasha is het soms moeilijk te begrijpen waarom ze niet simpelweg kan zijn wie ze is en kan dragen wat ze wil.
In ‘PETITE FILLE’ maken we kennis met de strijd van een hecht gezin tegen hun vijandige omgeving, maar volgen we hen ook in de dagelijkse beslommeringen in het leven van een meisje dat in een jongenslichaam geboren is. De documentaire geeft ons
een ontroerende, aangrijpende en met veel zorg geschetste inkijk in het leven van een familie die vecht voor het geluk van hun dochter, in een samenleving die vasthoudt aan traditionele ideeën over gender.
Twee jonge inlandse regisseurs die niet wachten op subsidies, beoordelingscommissies en Officiële Goedkeuringen van Hogere Instanties, maar die
a) met crowdfunding gewoon zelf het nodige geld verzamelen om de eerste Vlaamse found footage horrorfilm te maken
en
b) zich niet laten stoppen door een pandemie om die film te draaien?
That’s the spirit, folks!
In het Filmhuis maken we dan ook zeer graag een plaatsje vrij voor ‘DUYSTER’ , het gloednieuwe langspeeldebuut van Thomas Vanbrabant & Jordi Ostir.
‘DUYSTER’ draait rond drie studenten die voor school een documentaire maken over Johannes Duyster, de man die in de zeventiende eeuw een tijdlang de stadsbeul van Antwerpen was.
Pap werkt op de bank, en komt op een dag tot het besluit dat dat toch wel een héél saaie baan is.
Wil hij dàt de rest van zijn leven blijven doen? Tussen allerlei andere saaie bankiers?
In een bevlieging besluit hij ontslag te nemen uit zijn goedbetaalde job, en zijn (ietwat vage) droom na te jagen: acteur worden!
Die plotse carrièrewending valt niet in goede aarde bij de verbaasde rest van de familie, en leidt zelfs tot een fikse ruzie met Zoë’s moeder, want vader heeft eigenlijk geen enkele
acteerervaring, en heeft ook niet echt goed nagedacht over allerlei andere consequenties van zijn wilde beslissing.
Slechts één iemand gelooft wél dat hij een topacteur kan worden: Zoë.
Door de coronacrisis moest u noodgedwongen éven op deze excellente film wachten en – erger nog – verdween hij zelfs bijna helemaal tussen de plooien, maar wij vissen ‘m graag terug op: ‘EMA’ van Pablo Larrain (‘El Club’, ‘Neruda’, ‘Jackie’).
De Ema uit de titel is een danseres in het experimentele dansgezelschap van haar echtgenoot, choreograaf Gaston.
De twee hebben een zoon geadopteerd, maar omdat ze de opvoeding niet aankonden, is de zevenjarige jongen weer bij hen vandaan gehaald.
Dat zet de sowieso al verwrongen relatie van het koppel onder zware druk, en ook de sfeer in hun danscompagnie wordt alsmaar chaotischer.
Maar Ema weigert zich bij het kapotgaan van haar gezinnetje neer te leggen: gewapend met een vlammenwerper broedt ze – met de hulp van enkele vriendinnen – op een plan
om haar zoon terug te halen…
Gael Garcia Bernal (als Gaston) is als vanouds prima, maar het is vooral hoofdrolspeelster Mariana Di Girolamo die alle aandacht naar zich toezuigt: als Ema is ze letterlijk en figuurlijk één bol Latijns vuur, de (alles en iedereen manipulerende) oerkracht om wie alles draait in dit opwindende, sexy drama, dat Continue reading “EMA (Pablo Larrain)” »
Met ‘Pinocchio’ leverde Matteo Garrone (‘Gommora’, ‘Dogman’) een heerlijke verfilming af van het klassieke sprookje van Carlo Collodi.
Wanneer houtsnijder Geppetto (vertolkt door Roberto Benigni) een pop maakt, gebeurt er iets magisch: de houten pop begint te praten en kan lopen, lachen en eten.
Geppetto noemt hem Pinocchio, en voedt hem op als zijn eigen zoon.
Maar de ondeugende Pinocchio vindt het lastig om braaf te zijn en tuimelt van het ene avontuur in het andere. Hij belandt in de buik van een gigantische haai, ontdekt Continue reading “PINOCCHIO (Matteo Garrone)” »
Sir Lionel Frost vindt zichzelf ‘s werelds belangrijkste onderzoeker van mythische wezens en monsters.
Jammer genoeg staat hij alleen met die mening, want niemand neemt hem (of zijn onderzoek) serieus.
Tot hij een bericht van de mysterieuze ‘Mr. Link’ krijgt, met de vraag om zijn soortgenoten op te sporen. Een unieke kans voor de onderzoeker om het bestaan van een legendarisch wezen te bewijzen: de missing link tussen mens en aap.
En die missing link blijkt niet alleen verrassend slim en charmant, maar ook eenzaam omdat hij alleen leeft en niet weet waar hij vandaan komt.
Wie ‘Cold War’ ook zo’n prachtige film vond (en wie vond ‘Cold War’ nu géén prachtige film?), kunnen we nu het al even magistrale en even meeslepende ‘Dear Comrades!’ van grootmeester Andrei Konchalovsky aanbevelen.
In tegenstelling tot ‘Cold War’ is ‘Dear Comrades!’ niet gefilmd vanuit het standpunt van mensen die aan het verstikkende Stalinistische systeem wilden ontsnappen, maar net vanuit het standpunt van iemand die blind in Vadertje Stalin (en Chroetsjev) gelooft: Lyuda is een vrouw van middelbare leeftijd die als trouwe en toegewijde Staliniste meevocht in de Tweede Wereldoorlog, en die nu – we schrijven begin jaren ’60 – mee in het partijbestuur van een stadje in het zuiden van de Sovjet-Unie zit.
Wanneer de arbeiders van de lokale fabriek met een staking tegen de alsmaar stijgende voedselprijzen dreigen, is het trouwe partijlid Lyuda voorstander van een keihard optreden om het verzet te onderdrukken.
Maar haar rebelse dochter heeft daar een andere mening over, en kiest de kant van de stakers.
Een fatale keuze, want wanneer de overheid het protest effectief keihard onderdrukt, vallen er vele doden. Lyuda beseft dat haar dochter mogelijk bij de talrijke slachtoffers is: die gruwelijke wetenschap is zorgt voor een eerste barst in haar tot dan toe onwrikbare communistische wereldbeeld….
Andrei Konchalovsky mag dan ondertussen 84 zijn, ‘Dear Comrades!’ is waarschijnlijk de beste film uit zijn sowieso al rijke carrière: een spannend en bij de keel grijpend verhaal dat de kijker twee uur aan zijn stoel gekluisterd houdt, en waarin een persoonlijk familieverhaal quasi moeiteloos met de Grote Geschiedenis verbonden wordt.
Milla is een levenslustige tiener die door haar ouders zorgvuldig van de buitenwereld afgeschermd wordt, maar daar hebben ze een bijzonder goede reden voor: hun dochter lijdt aan een levensbedreigende ziekte.
Haar overbezorgde ouders kunnen echter niet verhinderen dat ze op de terugweg van school kennismaakt met ene Moses, een sympathieke leegloper die zijn dagen voornamelijk vult met niks doen, drugs gebruiken en nog méér niks doen.
En jawel: uiterààrd raakt Milla tot ontzetting van haar ouders helemaal in de ban van de knuffelbare, lieve en op zijn wat onbehouwen manier charmante bad boy, die bovendien
ook nog eens een stuk ouder is dan hun kwetsbaar oogappeltje van vijftien.
De prille, onstuitbare liefde tussen de twee leidt er ironisch genoeg toe dat de doodzieke Milla nog wat méér lust for life lijkt te ontwikkelen, terwijl haar gezonde ouders in een diepe mentale put sukkelen: ma gaat aan de pillen, pa vraagt zich af waaraan hij dat Continue reading “BABYTEETH (Shannon Murphy)” »