TOUT S’EST BIEN PASSÉ (François Ozon)

Tout_s_est_Bien_Passe_Poster

De 85-jarige André ontwaakt na een beroerte compleet hulpeloos in een ziekenhuisbed: half verlamd, met een scheve mond, en met één oog halfdicht.

Revalidatie kan wel de ergste kantjes van zijn verlamming afzwakken, en hij heeft bovendien zijn twee liefhebbende dochters om hem bij te staan, maar voor de trotse, zelfbewuste en gepassioneerde man hoeft het allemaal niet meer: wat is het leven nog waard als hij niet zelf meer naar zijn favoriete restaurant kan gaan? Als hij niet meer met zijn kunstcollectie bezig kan zijn? Als hij niet meer zelf de regie in handen heeft?

En dus vraagt hij – op zijn eigen, doortastende manier – aan zijn dochter Emmanuèle hem   met nog één zaak te helpen: euthanasie.

Maar die éne vastberaden Ultieme Vraag trekt bij zijn familie een blik met tienduizend andere vragen en problemen open…

‘TOUT S’EST BIEN PASSÉ’ is het nieuwste meesterstukje van François Ozon, waarschijnlijk de enige regisseur ter wereld die rond een thema als euthanasie een film kan maken die zowel zéér grappig als ernstig en levensecht is.

Dat komt vooral omdat hij van de verlamde André (heerlijk vertolkt door André Dussolier) geen meelijwekkende figuur heeft gemaakt, wel integendeel: de man is – zoals ze in Mechelen zeggen – giene gemakkelijke, een koppigaard die niet op de centen moet kijken, die ten allen tijde zijn wil doordrijft, en die de subtiliteit van een pletwals Continue reading “TOUT S’EST BIEN PASSÉ (François Ozon)” »

18/3/2008: AUF DER ANDEREN SEITE

3795460,a7bANIDNdfMZUONjLgvoAF91lH4OTttA6xbWzS8fG3fsUllUqkjhfsVB6Myo+Mxy4acUhN4mCMOmQ4oV9OMkZA==Met ‘Auf der anderen Seite’ maakt Fatih Akin zowat de antipode van zijn doorbraakfilm ‘Gegen die Wand’: die laatste was rauw, hard en emotioneel, ‘Gegen die Wand’, zijn nieuwe film daarentegen is ingetogen, ontroerend en langzaam openbloeiend.

Ali is een vereenzaamde Turkse migrant-wedwunaar in Bremen, die tegen de zin van zijn zoon Nejat in een relatie met de prostituee Yeter begonnen is.
Wanneer Yeter sterft, gaat Nejat naar Istanbul om er haar dochter te zoeken, maar die blijkt – als politieke activiste – ondertussen zélf naar Duitsland gevlucht te zijn…

De Duits-Turkse lappendeken die Akin weeft wordt vervolledigd door Susanne, een conservatieve Duitse moeder die in Istanbul de dood van haar dochter probeert te Continue reading “18/3/2008: AUF DER ANDEREN SEITE” »

CINEMA CORONA #74: WARUM LÄUFT HERR R. AMOK? (R.W. Fassbinder & Michael Fengler)

warum_lauft_Herr_R_AmokUPDATE: deze film was maar tijdelijk beschikbaar, en is helaas niet langer te bekijken.
Maar er zijn nog zowat 100 andere prima titels te bekijken in onze CINEMA CORONA

—-
Deze film vertelt het verhaal van meneer R.

Meneer R. is een nette, degelijke Duitse man.

Hij woont in een nette, degelijke Duitse stad, en werkt in een net en degelijk Duits ontwerpbureau, in een kantoor met nette, degelijke collega’s.

Na de werkuren mag er al eens gelachen worden. Dan vertellen de collega’s nette, degelijke grapjes.

‘s Avonds gaat Meneer R. naar zijn vrouw en kind. Een nette, degelijke vrouw, die het kind een nette en degelijke opvoeding geeft.

In het weekend komen opa en oma langs: nette, degelijke mensen. Er wordt dan koffie geserveerd, en taart. Nette, degelijke Duitse taart, en dito koffie.

Als meneer R. hard genoeg werkt en zijn taken naar behoren uitvoert, zit er altijd wel een promotie of opslag voor hem in. Niks exuberants, gewoon een nette, degelijke opslag.

Kortom: het valt niet te ontkennen dat meneer R. een uiterst nette, uiterst degelijke man is, die een bijzonder net en bijzonder degelijk leven leidt.

Waarom gaat meneer R. op een bepaalde dag dan toch opeens compleet door het lint?

In ‘WARUM LÄUFT HERR R. AMOK?’ fileerden Rainer Werner Fassbinder en Michael Fengler op tegelijk duister-grappige en schokkende wijze het middle class-leven in het Duitse Wirtschafstwunder, anno 1970.
Jawel, amper 25 jaar na de oorlog zijn de Duitsers erin geslaagd het compleet in puin gebombardeerde land helemaal herop te bouwen, en heeft iedereen een job, een huis, een auto en een frigo vol eten. Maar de totale banaliteit en afgestofte kleinburgerlijkheid is er zo beklemmend en verstikkend dat een mens ongelukken zou begaan om tenminste toch even iéts te voelen.

Fassbinder stond achteraf ambivalent tegenover de film (die in co-regie met Michael Fengler gemaakt is, een procédé waar Fassbinder zich nadien niet meer zou aan wagen), maar toch is de film voor velen één van hun favoriete Fassbinders: de grotendeels geïmproviseerde dialogen leveren hier scènes op die in al hun banale banaliteit bijblijven, en die ook perfect de vraag uit de titel beantwoorden.

In de hoofdrollen de vaste Fassbinder-crew uit die tijd: Kurt Raab en Lilith Ungerer als het centrale koppel, en Hanna Schygulla, Ingrid Caven en Harry Baer in gesmaakte bijrollen.