In 1984 verscheepte het Zweedse mijnbedrijf Boliden massa’s giftig afval naar Arica, een klein woestijnstadje in Chili.
Officieel zou dat afval daar netjes verwerkt worden, maar in werkelijkheid werd een deel ervan gewoon gedumpt aan de rand van het stadje – ver weg liegt lekker.
De gevolgen van die illegale dumping waren verschrikkelijk: bewoners kregen kanker, en vele kinderen werden met allerlei afwijkingen geboren.
Regisseur Lars Edman is al jarenlang met dit verhaal bezig, en dat is geen toeval, want hij is op een vreemde wijze persoonlijk gelinkt aan beide zijden van het verhaal: niet
alleen werd hij geboren in Chili, hij groeide ook op in het Zweedse dorpje Skellefteå, uitgerekend de plek van waaruit Boliden ooit zijn eerste mijnactiviteiten startte.
Met miljoenen zijn ze, de pelgrims die jaarlijks Lourdes bezoeken, het bedevaartsoord waar meer dan 150 jaar geleden de Maagd Maria aan Bernadette Soubirous verschenen zou zijn.
Op zoek naar het waarom van die pelgrimages volgden de meermaals gelauwerde documentairemakers Thierry Demaizière & Alban Teurlai met hun camera commentaarloos een aantal van die bedevaarders, en lieten vervolgens de krachtige beelden voor zichzelf spreken in deze stilmakende documentaire.
Hun ‘LOURDES’ laat ons kennismaken met een oord waar iedereen die we in onze flitsende, op winners afgestemde succesmaatschappij liefst zo ver mogelijk wegstoppen zich verzamelt, op zoek naar hoop en steun: lijdende mensen, falende mensen, gebroken mensen, stervende mensen, sukkelaars, gehandicapten, losers en outsiders.
De verhalen van de pelgrims behoeven overigens geen enkele commentaar om elke kijker – gelovig of niet – midscheeps te treffen: er is Jean-Baptiste, een opgewekt
jongetje wiens kleine broer terminaal is, en die door zijn vrome vader meegenomen wordt om te bidden voor genezing.
Of Jean, een zakenman die door de ziekte van Lou Gehrig getroffen werd, en die nu compleet immobiel is geworden.
We maken kennis met een man die na een mislukte zelfmoordpoging niet meer kan praten, en die nu moet communiceren door letters op Continue reading “LOURDES (Thierry Demaizière & Alban Teurlai)” »
83 is de man ondertussen, maar nog elke keer als hij een film maakt, kan hij het niet laten iémand op stang te jagen: filmcommissies, filmstudio’s, Nieuwe Preutsen, humorloze pilaarbijters, conservatieven, progressieven, woker-dan-woke-wokers, telkens vindt hij wel een nieuwe doelgroep om te provoceren – en liefst allemaal tegelijk.
Voor zijn nieuwe ‘BENEDETTA’ vond hij inspiratie in het (waar gebeurde) verhaal van de lesbische non Benedetta Carlini, die in de 17de eeuw in het Italiaanse Pescia leefde.
Benedetta (gespeeld door onze landgenote Virginie Efira) heeft niet alleen visioenen over Jezus, ze ontwikkelt ook stigmata.
Maar of die allemaal wel écht zijn, daar ontstaan in het klooster (en later in het Vaticaan) wel wat twijfels over, zeker als Benedetta wat teveel aanhang en macht dreigt te krijgen.
Hoewel hij zich baseerde op de ernstige historische studie van Judith C. Brown over Benedetta (in haar boek ‘Immodest Acts), krijgt het verhaal natuurlijk wél de Paul Verhoeven-behandeling:
Jezus die als Superheld ten tonele verschijnt? Check!
Jezus die behalve onze Heiland toch ook een behoorlijk hitsig mannetje blijkt te zijn? Oók check!
Sissende Satanische Slangen? Ah ja!
Passeren verder de revue: gruwelijke Middeleeuwse marteltuigen, blote nonnen, zwaardgevechten, petomanen, dildo’s in, euh, aparte vormen, nog meer blote nonnen,
een pipi- en kakascène, een fijne keure pestslachtoffers en tal van andere zaken waar de Moraliserende Goede Smaak-politie zware boetes voor uitschrijft, maar waar Verhoeven zich – terecht! – nog nooit iets van aangetrokken heeft.
Maak dus vooral niet de fout ‘BENEDETTA’ ernstig te nemen als historisch drama (zoals sommige critici bizar genoeg wél deden), want dit is overduidelijk een film die meer gemeen heeft met de scabreuze schelmenroman, ridderfilms en Monty Python dan met wat anders.
In 1968 opent Adriaan Raemdonck in Antwerpen in een ontwijde kapel zijn Galerie De Zwarte Panter. Meer dan vijftig jaar later is die galerie nog altijd alive and kicking - een prestatie op zich in een kunstwereld waarin trends, modes en hypes soms even snel komen als ze verdwijnen.
De Zwarte Panter is dan ook geen galerie als een andere: de ligging en uitstraling maken dat Jan en alleman er makkelijk kan binnenwandelen, en galerist Raemdonck
heeft het tot zijn levensopdracht gemaakt kunst voor iedereen toegankelijk te maken – niet alleen iets voor de elite of de ons-kent-ons-incrowd.
Cassie is een vrouw van 30 die ooit een uiterst veelbelovende studente Geneeskunde was, tot ze na een onduidelijk incident abrupt met die studies stopte.
Nu woont ze terug bij haar ouders, en heeft ze overdag een eentonig baantje in een koffiebar.
‘s Avonds houdt ze er echter een zeer merkwaardige hobby op na: dan kleedt ze zich in haar beste outfits, en laat ze zich in de plaatselijke nachtclubs (zogezegd) helemaal vollopen met alcohol, en wacht ze (zogezegd) stomdronken tot een (zogezegd) bezorgde man zich over haar komt ontfermen.
Elke keer prijs, en bovendien blijkt het steevast om ‘vriendelijke’ en ‘hulpvaardige’
mannen te gaan die zó ‘bezorgd’ zijn dat ze haar naar hun bed meetronen.
Om daar vervolgens de schrik van hun leven mee te maken, wanneer die knappe, laveloze vrouw opeens een bloednuchtere, angstaanjagende wraakengel voor toxische mannen blijkt te zijn.
In het nostalgische en met prijzen overladen ‘MINARI’ blikt regisseur Lee Isaac Chung liefdevol autobiografisch terug op zijn kindertijd op het platteland van Arkansas.
We zien hoe de Koreaanse familie (die in de film Yi heet) vanuit Californië naar Arkansas trekt, waar vader Jacob en moeder Monica in een pluimveebedrijf aan de slag gaan. Die inkomsten moeten de basis leggen voor de échte droom van Jacob: zijn brood
verdienen door op zijn eigen boerderij Koreaanse groenten te telen.
De moeder heeft echter ernstige twijfels over de slaagkansen van dat idee, en is meer bezorgd om hun zoontje, dat een ernstige hartafwijking heeft.
Die tweespalt leidt tot ernstige spanningen binnen het gezin, die nog wat vergroot dreigen te worden wanneer ook oma Soon-ya nog bij de familie intrekt om op de
kinderen te passen. Want die Soon-ya een behoorlijk excentrieke oma…
De Britse Sarah Gavron maakte eerder met Meryl Streep, Carey Mulligan en Helena Bonham-Carter het feministische kostuumdrama ‘Suffragette’, maar voor ‘ROCKS’ zette ze alle Hollywoodsterren aan de kant, en koos ze resoluut voor bijna letterlijk van straat geplukt jong (vrouwelijk) talent, én voor een verhaal van nú.
De film draait rond Shola, een vijftienjarig Brits-Nigeriaans meisje dat door iedereen ‘Rocks’ genoemd wordt.
Volgens de docenten op haar Londense school moet ze dringend gaan nadenken over haar toekomst, maar Rocks is vooral bezig met wat zich in haar thuissituatie afspeelt: haar vader is overleden, en nadat haar moeder plotseling vertrokken is, moet Rocks noodgedwongen ook de zorg van haar jongere broertje Emmanuel op zich nemen.
Een quasi onmogelijke opdracht voor een tiener alleen in een wereldstad – zeker als die niet tot de posh upper class behoort – maar gelukkig kan ze terugvallen op de steun van haar vriendinnen…
Roman is een jonge Ivoriaan die in de beruchte MACA-gevangenis belandt, midden in de jungle.
MACA is daardoor een soort jungle in de jungle, want het is niet alleen de grootste gevangenis van Ivoorkust, maar ze staat ook bekend om de penibele omstandigheden waarin de gevangenen er verblijven.
Bovendien is de échte leiding van de gevangenis niet in handen van de bewakers, maar van de gevangenen zelf: de huidige ‘caïd’ is Barbe Noir, een oudere gangster die bepaalt wat wel en niet kan binnen de gevangenismuren.
Het leiderschap van ouder wordende Barbe Noir staat echter ter discussie bij enkele
jongere rivalen, en bovendien is hij terminaal ziek, waardoor zijn positie enorm verzwakt is.
Srebrenica, juli 1995.
De burgeroorlog in het uit elkaar gespatte ex-Joegoslavië woedt volop, en het Bosnisch-Servische leger rukt steeds verder op naar de stad.
Daar werkt Aida werkt als tolk op de Nederlandse VN-basis, maar als moslima zoekt ze – net als twintigduizend andere Bosnische moslims – een veilige plek voor haarzelf en haar familie.
Want waar ze er eerst van overtuigd was dat de troepen van de Verenigde Naties hen wel zouden beschermen tegen de moordzucht van de Servische generaal Ratko Mladic en zijn kornuiten, blijkt die hoop in realiteit vals: duizenden moslimvluchtelingen worden afgeslacht, zowat onder de ogen van de Nederlandse blauwhelmen, en in het hart van het o zo ‘beschaafde’ Europa…
De genocide van Srebrenica wordt meteen de grootste schandvlek op de Europese geschiedenis van na 1945, en legt de totale onmacht van de Verenigde Naties bloot.
Johan Heldenbergh speelt met verve Thom Karremans, de Nederlandse generaal die door samen met Mladic het glas te heffen (terwijl hij de legendarische zin ‘Don’t shoot the piano player’ uit zijn mond liet komen) hét symbool werd van de bijna sullige, knullige en tandeloze manier van optreden van de Verenigde Naties – je hoefde nochtans geen Continue reading “QUO VADIS, AIDA? (Jasmila Zbanic)” »
In ‘YAKARI’ volgen we het verrassende en spectaculaire avontuur van de kleine Sioux-indiaan Yakari en zijn beste vriend Kleine Bliksem, een supersnelle mustang.
Terwijl zijn stam klaar staat om verder te trekken, kiest de jonge Yakari ervoor om de sporen te volgen van de ontembare Kleine Bliksem.
Onderweg ontmoet hij Grote Adelaar, zijn totemdier, die hem niet alleen een prachtige veer geeft, maar ook een fantastische gave: Yakari zal kunnen spreken met de dieren.
Helemaal alleen doorkruist Yakari de prairie, tot hij een gevaarlijke andere stam ontmoet.