De ene kunstenaar gebruikt verf, de andere kerft een beeld uit een blok hout of tovert met pellicule.
Maar voor haar ‘Body of Truth’ verzamelde regisseur Evelyn Schels vier vrouwen die het meest persoonlijke, directe en intieme materiaal gebruiken dat er is: het eigen lichaam.
Maar dat is niet enige wat Marina Abramovic, Sigalit Landau, Katharina Sieverding en Shirin Neshat verbindt: alle vier zijn ze getekend door (politieke en/of persoonlijke) drama’s, gaande van de oorlog in Joegoslavië (Abramovic) tot het fascisme (Sieverding),
en van de onderdrukking binnen een islamtische theocratie (Neshat) tot de dagelijkse angst en terreur (Landau).
OPGELET:
Deze extra vertoning wordt u – naar aanleiding van de Dag van het Kunstonderwijs – gratis aangeboden door de Academie Mechelen.
De beschikbare tickets worden verdeeld volgens deze drie aloude principes:
1) First come, first served!
2) Op = op!
3) Vol = vol!
Kom dus vroeg, en maak van de gelegenheid gebruik om een bezoekje te brengen aan de talrijke (gratis) activiteiten op de Dag van het Kunstonderwijs in de Academie en het Cultuurcentrum.
Barbara Rubin: de naam zegt u waarschijnlijk volstrekt niks, maar in de vroege jaren zestig was zij korte tijd de absolute queen bee van de volledig door mannen gedomineerde New Yorkse underground en avant garde-kunst.
Zo was het bijvoorbeeld Rubin die Andy Warhol aan Lou Reed en The Velvet Underground voorstelde, een daad waarmee ze zowel de loop van de moderne kunst als van de rock definitief zou veranderen.
Al in 1963 maakte Rubin ‘Christmas on Earth’ (originele titel: ‘Cocks and Cunts’), een schandaalverwekkende film vol expliciete seks en naaktheid, die diezelfde Warhol en een hele generatie van nieuwlichters die niet vies waren van schandaal en publiciteit ongetwijfeld op ideeën moet hebben gebracht. Voetnoot: ze was toen amper achttien.
Een paar maanden voordien had de rebelse tiener nog het braaf-katholieke België geschandaliseerd op het legendarische Festival van Knokke: daar had ze het in Amerika
verboden ‘Flaming Creatures’ van Jack Smith tot in de projectiecabine weten te smokkelen. De onverwachte schandaalprojectie van die film zorgde niet alleen voor een gevecht in regel met de flikken aan de
Afgelopen september presenteerde Rinus Van de Velde bij Tim Van Laere Gallery zijn eerste filmproject: ‘The Villagers’, een 40 minuten durende film die deel uitmaakte van een totaalinstallatie waarbij de toeschouwer zich letterlijk in het universum van de kunstenaar kon begeven.
Die meesterlijke totaalinstallatie naar het Filmhuis halen lukt helaas niet, maar de film kunnen we u wél presenteren, in combinatie met een Q&A met Van de Velde. Zet u dus schrap voor een niet te missen Art & Film grand cru.
Dat Van de Velde de stap naar film maakte, lijkt voor wie zijn oeuvre volgde logisch: zijn bekende houtskooltekeningen lijken vaak op filmische scènes (of zelfs filmstills), en die
sfeer wordt nog versterkt door het gebruik van tekstflarden, die aan ondertitels doen denken.
In een ‘Art & Film’-reeks moést het er ooit eens van komen: een avond rond de films van de Antwerpse holograaf, filmmaker, schilder, muzikant en performance artistLudo Mich, tevens eigenaar van flink wat anarchistische zin voor humor, én van de meest aanstekelijke bulderlach in de kunstwereld (en laten we eerlijk zijn: die kunstwereld kan soms écht wel wat zin voor humor gebruiken).
Mich schudde in de sixties de Antwerpse kunstwereld door elkaar met zijn ontregelende (en ontregelde) performances, die misschien nog best te omschrijven zijn als de schelmenversie van Fluxus – na een avond op café, weliswaar.
Hoe groot de verwarring was (en is) die Mich bij pers, kunstkritiek en publiek veroorzaakte blijkt uit onderstaand interview uit 1967 met een duidelijk verbouwereerde journalist van de toenmalige BRT, maar leverden hem ook een schare fans in binnen- en buitenland op: van Dennis Tyfus tot Kati Heck, en van Guillaume Bijl tot Thurston Moore van Sonic Youth, allemaal zijn ze fan van zijn werk.
De sfeer van die sixties-performances wordt perfect gevat in ‘ARTHUR IS FANTASTIC’, een halflange film over Arthur Indenbaum, de zoon van een Amerikaanse diamanthandelaar.
Arthur was met zijn imposante figuur en aparte manier van doen een opgemerkt personage in het Antwerpen van eind jaren ’60. In 1970 kwam Arthur op het fantastische idee een tentoonstelling te organiseren in galerie Vacuum van Luc Deleu, Filip Francis en George Smits. Onderwerp van de Continue reading “Art & Film: LYSISTRATA + ARTHUR IS FANTASTIC (Ludo Mich)” »
Na veertig jaar Filmhuis kent u ongetwijfeld de bijzonder strenge Quality Control van ons programmatieteam: gewoonweg àlles wat op onze affiche staat is goed tot prima, en veel van wat we tonen is uitstekend.
En af en toe presenteren we u – omdat het kan – films die zowaar zelfs nóg beter zijn!
Tot die laatste categorie behoort het overal zeer terecht onder de superlatieven bedolven ‘Portrait de la Jeune Fille en Feu’, een waar meesterwerkje van Céline Sciamma.
Centraal in de film staat de schilderes Marianne, die de opdracht krijgt de bloedmooie jonkvrouw Heloïse te portretteren. Probleem: Heloïse wil geen model staan, want ze weet dat haar portret gebruikt zal worden om een Milanese edelman te
overtuigen haar te huwen – en die uithuwelijking ziet ze helemaal niet zitten.
Voor Marianne zit er dus niks anders op dan Heloïse uiterst nauwkeurig te observeren en stiekem snel-snel te schetsen, en op
Mogelijk kwam de vraag al eens bij u op tijdens een bezoek aan een moderne kunstgalerie of museum. En het was eigenlijk ook diezelfde vraag die Marcel Duchamp (1887-1968) er in 1917 toe leidde een met ‘R. Mutt’ gesigneerd urinoir te exposeren op een kunsttentoonstelling.
Die tegelijk radicale, provocerende, grappige, ondermijnende, anarchistische, banale én geniale daad zou de loop van de kunst (en de kijk op kunst) definitief veranderen, alleen al omdat iedereen zich erdoor ging afvragen wàt nu eigenlijk kunst was, en wie dat dan wel bepaalde;
En of u hem nu een oplichter dan wel een briljante geest vindt: de invloed van Duchamp
op de moderne kunst is tot op vandaag, een volle eeuw later, onmiskenbaar allesbepalend.
In ‘Mitten’ volgt het regisseursduo Olivia Rochette & Gerard-Jan Claes de laatste repetitieweken van ‘Mitten wir im Leben sind’, een voorstelling van Belgiës absolute topchoreografe, Anne Teresa De Keersmaeker.
De voorstelling is gebaseerd op zes cellosuites van Johann Sebastian Bach, die live gespeeld worden door cellist Jean-Guihen Queyras, en die tot dans omgezet worden door De Keersmaekers gezelschap Rosas.
De film geeft een uiterst fascinerende inkijk in de minutieuze, intensieve werkwijze en de werkkracht van De Keersmaeker, die constant elk detail blijft herwerken en bijschaven.
Heeft de wereld nood aan nóg een film over Vincent Van Gogh?
We zouden denken van niet, maar kijk: Julian Schnabel – niet toevallig zelf ook een schilder – is erin geslaagd tóch nog een nieuwe essentiële biopic over de man te maken.
Al is ‘biopic’ in dit geval misschien niet de juiste omschrijving: Schnabel heeft lak aan de historische juistheid, maar is des te accurater als het op het capteren van de spirit van Van Gogh aankomt.
Zo is bijvoorbeeld hoofdrolspeler Willem Dafoe (63) een kwarteeuw ouder dan Van Gogh was toen hij stierf, maar Dafoe zet hier wél een verbluffende vertolking neer, terecht bekroond met een Oscarnominatie.
Inhoudelijk focust ‘At Eternity’s Gate’ zich op het laatste levensjaar van Van Gogh: de
schilder moet financieel onderhouden worden door zijn liefhebbende broer Theo, en vindt een zeldzame zielsverwant in Paul Gaugin (rol van Oscar Isaac). Tot die laatste laat weten dat hij het door Van Gogh geliefde Arles zal verlaten, een mededeling die Continue reading “AT ETERNITY’S GATE (Julian Schnabel)” »
Florian Henckel von Donnersmarck – regisseur van de moderne klassieker ‘Das Leben der Anderen’ – baseerde zich voor zijn nieuwste op het leven van Gerhard Richter, wellicht Duitslands beste naoorlogse schilder.
Het resultaat is een fantastische, epische prent die meer dan dertig jaar Duitse geschiedenis overspant en die meer dan drie uur (!!) duurt, maar die toch geen seconde te lang is: integendeel zelfs, want ‘Werk Ohne Autor’ zoeft voorbij als een kortfilm.
Kurt Barnert is een talentvolle Oost-Duitse artiest die twee dictaturen heeft meegemaakt: het Nazisme bezorgde hem een kindertrauma dat hem nog altijd achtervolgt, en na de oorlog – onder het communisme – wordt zijn gigantische artistiek talent in een akelig smal sociaal-realistisch corset gedwongen.
Ook op persoonlijk vlak loopt het niet lekker: hij is ervan overtuigd met collega-kunststudente Ellie de liefde van zijn leven gevonden te hebben, maar haar vader – een bekende, invloedrijke arts – is zwaar gekant tegen hun relatie.
De twee vluchtten uiteindelijk naar het Westen, waar Barnert er met een leugen in slaagt Continue reading “WERK OHNE AUTOR (Florian Henckel von Donnersmarck)” »