Voor zijn jongste film stortte Filmhuisfavoriet François Ozon zich op één van dé grote meesterwerken van de Franse en wereldliteratuur: ‘L’Etranger’ van Albert Camus.
Het verhaal speelt zich af in het vooroorlogse Algerije.
Ergens in Algiers ontvangt de onopvallende kantoorklerk Meursault het bericht dat zijn moeder overleden is. Anderen zouden in diepe rouw of zelfs shock zijn, maar Meursault lijkt haar
begrafenis volledig afstandelijk en koud te ondergaan.
In zijn relatie met Marie – een collega van op kantoor – toont hij zich al even apatisch en emotieloos.
Meursaults saaie dagelijkse routine wordt alleen verstoord door zijn buurman Raymond Sintès: die sleept hem mee in allerlei duistere zaakjes, maar één daarvan loopt uit de hand. Op het strand, onder een moordende zon, komt het tot een confrontatie…
Ondanks het feit dat velen ‘L’Etranger’ als onverfilmbaar zagen, slaagt vakman Ozon er uitmuntend in de kijker mee te nemen naar het duistere hart van de roman: de absurde zoektocht naar een zin van het bestaan in een zinloze wereld.
In ‘FANTASTIQUE’ neemt regisseuse Marjolijn Prins ons mee in het leven van Fanta, een 14-jarig meisje uit Conakry dat ervan droomt geselecteerd te worden als de ster-acrobate van het Amoukanama-circus.
Om die droom waar te maken moet ze enorm veel trainen, en moet ze tegelijk ook haar school afmaken én zorgen voor haar zieke moeder.
En terwijl ze dat alles probeert te combineren, duiken bij Fanta ook nog eens de twijfels en de vragen op die bij élke puber bovenkomen. Niet alleen in het circus is het balanceren op een slappe koord: Fanta moet ook een moeilijk evenwicht zien te vinden op de smalle grens van
meisje en vrouw, op de grens van plezier en plichten, op de grens van zorg voor geliefden en eigen ambitie…
Marjolijn Prins goot het (echte) coming of age-verhaal van Fanta in een unieke prent die zich op de grens van documentaire, fictie en een magisch-realistisch sprookje bevindt. De knappe blauwe fotografie geeft de Afrikaanse nachten een magnetische en poëtische aantrekkingskracht, terwijl de muziek dan weer voor een hoge hartslag zorgt. En er is natuurlijk Fanta zelf: ondanks haar jonge leeftijd een krachtig personage dat vastberaden haar eigen weg zoekt, en daarbij moeiteloos anderhalf uur de aandacht van de kijker weet vast te houden.
Het heerlijke ‘La Venue de l’Avenir’ onlangs speelde zich af in twee compleet verschillende tijdsvakken, maar het Duitse meesterwerkje ‘SOUND OF FALLING’ doet nog veel straffer door de verhalen van viér generaties vrouwen te vertellen zonder dat het geheel gekunsteld of onnozel wordt.
Wel integendeel: dit is een fascinerende vrouwenkroniek die langzaam maar bijzonder trefzeker een generaties meegedragen uiterst pijnlijk familiegeheim blootlegt.
Mascha Schilinksi‘s bijzonder ambitieuze film speelt zich af op een afgelegen boerderij ergens aan de Elbe in de vlakte tussen tussen Hamburg en Berlijn, waar vier jonge vrouwen – Alma, Erika, Angelika en Lenka – door tientallen jaren van elkaar gescheiden zijn, maar tegelijk
allemaal geconfronteerd worden met dezelfde cyclus van pijn en verdriet die ze op de één of andere manier willen doorbreken.
En er is niet alleen hun persoonlijke verhaal dat ruim honderd jaar en vier generaties overspant, want tussendoor heeft ook de Grote Geschiedenis – met twee allesverwoestende wereldoorlogen – zijn duistere impact…
Wie in deze grandioze, donkere familiemozaiek duikt wordt beloond met een overweldigende kijkervaring, mede te danken aan de fenomenale fotografie van Fabian Gamper – pure schilderkunst op een cinemadoek.
De film werd dan ook één van dé absolute sensaties in Cannes, waar de film terecht met de
Femke Vanhove kon u onlangs bij ons nog in een hoofdrol in ‘Radioman’ zien schitteren, en tilt nu met haar vertolking in ‘SKIFF’ ook deze andere nieuwe inlandse film naar een hoger niveau
De film draait rond de vijftienjarige Malou, die opgroeit in het weinig spannende Verkavelingsvlaanderen – opgroeien in Parijs, New York of Barcelona klint toch iéts spannender dan opgroeien in Willebroek.
Haar grote passie is roeien, iets waar ze ook talent voor blijkt te hebben, alleen wordt ze door de rest van het team gepest en buitengesloten. Bovendien is haar moeder vaak afwezig,
waardoor ze alleen bij haar broer Max helemaal zichzelf kan zijn.
Maar wanneer die op een dag zijn vriendinnetje Nouria mee naar huis brengt, wordt het leven van Malou volledig overhoop gehaald: ze ontwikkelt gevoelens voor de mooie en zelfverzekerde Nouria, en daardoor dreigt ze niet alleen in een ongewilde rivaliteit en driehoeksrelatie terecht te komen, maar riskeert ze ook haar zo dierbare band met Max op het spel te zetten… Een onmogelijke keuze
‘SKIFF’ is de derde, meest persoonlijke film van Cecilia Verheyden (‘Achter de Wolken’): een coming of age-verhaal waarin het hoofdpersonage geen stoere heldin is, maar een tiener vol twijfels, vragen, hormonen en tegenstrijdigheden, mooi subtiel neergezet door Femke Continue reading “SKIFF (Cecilia Verheyden)” »
Al vele jaren lang is bioloog dr. Steve Boyes in de hooglanden van Angola op zoek naar een mysterieuze kudde olifanten die zich in de mistige wouden schuil zouden houden: afstammelingen van de grootste zoogdieren die ooit op de aarde rondliepen, en die nu zouden te vinden zijn een onherbergzaam gebied dat door de autochtonen ‘het land aan het einde van de aarde’ wordt genoemd.
Probleem: niemand heeft die schimmige ‘ghost elephants’ ooit écht gezien, en dus gaan velen ervan uit dat het om een mythe gaat. Maar Boyes is vastbesloten hun bestaan te bewijzen.
Om de dieren te vinden huurt Boyes de diensten in van de drie beste trackers ter wereld: Xui, Xui Dawid en Kobus. De drie zijn ooit gevlucht voor de oorlog en zijn in Zuid-Afrika in de
marginaliteit terechtgekomen. Nu keren ze voor de eerste keer terug naar het land van hun voorouders, om te doen wat de allermodernste technologie niet kan…
Met ‘GHOST ELEPHANTS’ vond Werner Herzog een typisch onderwerp voor zijn altijd weer geweldige en unieke documentaires (en zijn speelfilms): een op het eerste zicht volstrekt krankzinnig plan, dat op het tweede zicht ook krankzinnig lijkt, maar dat door een gekke dromer er toch doorgeduwd wordt – tot het ofwel in onwaarschijnlijke glorie, in een gruwelijke nederlaag ofwel in totale absurditeit en chaos eindigt.
Tien jaar lang volgde de Antwerpse filmmaker Jan Beddegenoodts het spoor van Ludo Abicht.
In deze documentaire toont hij hoe twijfel, eigenzinnigheid en onafhankelijk denken de constante vormen in het leven van de inmiddels 90-jarige filosoof en activist — door sommigen omschreven als de laatste intellectueel van Vlaanderen.
Abicht kreeg in de loop der jaren vele labels opgeplakt: ‘Jezuïet’, ‘communist’, ‘anarchist’.
Maar wie is hij eigenlijk echt?
Op zoek naar een antwoord reist Beddegenoodts met hem mee — langs protestmarsen, door de Franse Pyreneeën, naar Californië en van Tel Aviv tot de Westelijke Jordaanoever.
Het resultaat is een intiem en persoonlijk portret van een man die nooit ophield vragen te stellen.
Knetterende Geesten
Na de vertoning in het Filmhuis wandelen we naar boekhandel De Zondvloed om de geesten te laten knetteren tijdens een filosofisch café in samenwerking met Radio Onderstroom.
Een matinée met gesprek, muziek en een whisky tasting waar ideeën botsen, vragen blijven nazinderen en ontmoeting centraal staat.
Host van de middag is Benjamin Verdonck, theatermaker, beeldend kunstenaar en voormalige student van Ludo Abicht.
Hij gaat met vier gasten in gesprek rond de thema’s die de rode draad vormden in leven en werken van Ludo Abicht:
– Jos Geysels (voormalig partijvoorzitter Agalev)
- Aïssatou Cissé (ex-student / Vooruit-schepen Borgerhout)
– Caroline Gennez.(Vooruit-minister)
– Safi(aka Sevi Geerts, rapper van o.a. Safi & Spreej)
Het leven van de 12-jarige Olivia wordt flink opgeschud wanneer ze met haar moeder Ingrid en broertje Tim uit huis wordt gezet.
Ze kunnen terecht in een kale flat in een buitenwijk van de stad, waar hun moeder het moeilijk heeft. Om Tim te beschermen vertelt Olivia hem dat het allemaal een film is, waarin zij de hoofdpersonen zijn.
Met een lach en een traan, een beetje magie en de warme buren ontdekken ze
dat ze ook in het echte leven helden kunnen zijn.
Een ontroerende & warme animatiefilm die moeilijke thema’s als armoede op een toegankelijke, hoopvolle en op kindermaat gesneden manier vertelt.
De prachtige handgemaakte poppen, inventieve beelden en het hartverwarmende ‘samen
Dat er nog eens een kaskraker over godbetert pingpong gemaakt zou worden: neen, dàt hadden we niet zien aankomen.
Timothéé Chalamet daarentegen zag dat wél, want al sinds 2018 stortte Chalamet zich als een gek op het tafeltennissen, om geloofwaardig de rol van Marty Mauser in het fantastische ‘MARTY SUPREME’ te kunnen spelen.
Die Marty Mauser leeft in het New York van de vroege jaren ’50, en is een slim maar volstrekt onuitstaanbaar, extreem arrogant en grenzeloos ambitieus kereltje dat zich met bluf, eigenzinnigheid en doorzettingsvermogen doorheen het leven smasht: alles en iedereen moet wijken voor zijn droom. Zijnde: wereldkampioen tafeltennis worden, én door zijn glansprestaties de aandacht van heel Amerika op die kleine sport trekken. Of juister gezegd: op hemzelf.
Niet dat iemand in zijn omgeving Marty’s droom serieus neemt, want overdag is hij gewoon een schoenenverkoper in de winkel van zijn nonkel, en niet meteen de door iedereen bejubelde sportheld die hij zo graag zou zijn.
Bovendien vinden de prestigieuze British Open – waar hij zo graag de regerende kampioen wil verslaan – aan de overkant van de oceaan plaats, en die reis kost geld (dat hij niet heeft).
Maar Marty laat zich niet door dat soort details stoppen: de jongeman is bereid tot het absurde uiterste te gaan om zijn ambitie te verwezenlijken. Al blijkt de prijs van het succes soms wel héél erg hoog op te lopen…
Het verhaal van ‘MARTY SUPREME’ werd door regisseur Josh Safdie (‘Uncut Gems’) zeer losjes gebaseerd op de memoires van voormalig pingpongkampioen Marty Reisman, al doet de historische waarheid er in deze dolle, bijzonder entertainende film totaal niet toe: dit is géén biopic, en zelfs eigenlijk geen sportfilm, maar wel een heerlijk genadeloze filering van de menselijke ambitie, overmoed en de jacht op illusies.
De show wordt meer dan twee uur lang volledig gestolen door de knetterende vertolking van Chalamet (voor zijn rol al met een Golden Globe bekroond, de Oscar volgt wellicht nog), maar wie erin slaagt even naast zijn alomtegenwoordige personage, zijn pingpongpalet en zijn naar Continue reading “MARTY SUPREME (Josh Safdie)” »
In zijn films fileert Oscar-winnaar Paolo Sorrentino graag de hogere kringen en de machtsstructuren van zijn geboorteland Italië (zie ‘La Grande Bellezza’, ‘The Hand of God’ en de zalige Berlusconi-satire ‘Loro’).
Ook in zijn nieuwe ‘LA GRAZIA’ draait alles weer rond de Italiaans president, zij het dat het dit keer om een fictieve president gaat: Mariano De Santis.
De Santis’ laatste termijn loopt naar zijn einde, en hoewel hij populair is, heeft zijn onbuigzame en behoudende karakter hem de bijnaam ‘Cemento Armato’ (‘Gewapend Beton’) opgeleverd, en drijft hij zijn medewerkers – onder wie zijn dochter – tot wanhoop door alle belangrijke beslissingen voor zich uit te schuiven.
Zo moet hij al een tijdje een beslissing nemen over een euthanasievoorstel, iets wat hij het
liefst in de rugzak van zijn opvolger zou steken. En dan zijn er nog enkele felbesproken gerechtelijke zaken, waarin hij als enige kan beslissen om gratie te geven….
Maar ondertussen loopt de gepijnigde, wat vereenzaamde De Santis in het grote, galmende presidentiële paleis vooral te tobben over zijn overleden vrouw, en over de vraag hoe het contact met zijn kinderen te verbeteren.
De Santis wordt (alweer) grandioos vertolkt door Sorrentino’s festisjacteur Toni Servillo, die op het Festival van Venetië voor zijn rol terecht bekroond werd als Beste Acteur.
Sorrentino vertelt zijn verhaal over de laatste dagen van een heerser met een prachtige mengeling van melancholie, humor, weemoed en sensualiteit. Bovendien is ‘LA GRAZIA’ niet Continue reading “LA GRAZIA (Paolo Sorrentino)” »