Zoals elke maandag presenteren we in CINEMA CORONA – en in virtuele samenwerking met Academie Mechelen – een Art & Film-vertoning.
Vandaag is dat ‘EDWARD HOPPER AND THE BLANK CANVAS’, een docu van Jean-Pierre Devillers over misschien wel de meest filmische van de Amerikaanse schilders, Edward Hopper.
Van Hitchcock tot ‘Blade Runner’, van ‘The Simpsons’ tot Wim Wenders en van ‘Mad Men tot Terrence Malick, allemaal lieten ze zich inspireren door Hoppers werk, gekenmerkt door zijn fascinatie voor de alledaagse wereld van pompstations, cinema’s, hotels, diners en kroegen, vaak bevolkt door eenzame personages.
Wenders komt overigens ruim aan bod in deze docu, naast andere bewonderaars en persoonlijke vrienden van Hopper, en fragmenten met de man zelf.
‘Edward Hopper and the Blank Canvas’ plaatst het unieke, nog altijd fascinerende werk van Hopper in zijn tijd, en in de sociale en culturele context van die tijd tijd: een man die in de strijd tussen abstract en realisme op zijn totale onafhankelijkheid als schilder stond.
Naar maandagse gewoonte in onze CINEMA CORONA vanavond weer een Art & Film-vertoning, zoals altijd in virtuele samenwerking met Academie Mechelen.
Op het programma: ‘GILBERT & GEORGE: NO SURRENDER’
Ze zien eruit als twee brave opa’s, als twee typisch Britse burgermannetjes, maar de Gilbert & George uit de titel zijn al jaren de rebellen van de Engelse kunstscene.
Onder het motto ‘Kunst voor iedereen’ (‘Art For All’) proberen ze al sinds ze – eind jaren zestig – startten de muren te slopen die de kunstwereld zorgvuldig rond zichzelf optrok.
Of zoals ze het zelf samenvatten: “We brengen ons publiek niet in de hemel, we brengen het niet in de hel. We brengen het naar de bar.”
Naar aanleiding van de grote retrospectieve van hun werk in het Londense Tate Modern maakte het BBC-programma ‘Imagine’ een intiem portret van het kunstenaarsduo dat elkaar eind jaren zestig ontmoette aan de Londense Saint Martin’s School of Art. “Het was liefde op het eerste gezicht”, zeiden ze daarover in een interview vijf jaar geleden.
Al hadden ze vroeger een andere verklaring waarom ze op school onafscheidelijk waren: het Engels van Gilbert Prousch (een Italiaan van geboorte, met een Reto-Romaans dialect als moedertaal) zou destijds zó slecht geweest zijn dat George Passmore (°1942) de enige was die hem kon begrijpen
Hun reputatie werd meteen gevestigd met hun eerste publieke performance, ‘The Singing Sculpture’ uit 1969, waarbij ze als levende standbeelden samen op een tafel stonden en de oer-Britse evergreen ‘Underneath the Arches’ zongen.
Bijna veertig jaar na hun debuut en een rijkgevulde carrière verder zocht Alan Yentob het duo op, bij hen thuis in het Londense East End.
Daar wonen ze al sinds hun studietijd samen als twee mannen, maar als één artiest.
Nu ze allang de zestig gepasseerd zijn, zijn ze zoals de meeste mannen van hun leeftijd niet meer bereid om te veranderen, al betekent dat in hun geval net dat ze jong en tegendraads blijven.
Daarnaast volgt deze boeiende docu ook de voorbereidingen en de opening van de retrospectieve in het Tate Modern, die met meer dan tweehonderd werken hun eerste belangrijke retrospectieve in 25 jaar wordt. Bovendien zijn ze na Andy Warhol de enige kunstenaars die een volledige verdieping kregen in het prestigieuze museum.
“Elk werk is een visuele liefdesbrief aan de bezoeker, aan élke bezoeker, wat ook zijn achtergrond, nationaliteit of religie is. Dat kan omdat we met universele onderwerpen werken. Dood, hoop, leven, angst, seks, geld, ras, religie: al die dingen zijn voor iedereen relevant.”
Nog twee weetjes voor de popliefhebbers: David Bowie was een fervent fan en verzamelaar van Gilbert & George-kunst.
En in 1970 zagen Florian Schneider en Ralf Hütter van Kraftwerk een expo van Gilbert & George in Frankfurt: het leverde hen het idee voor hun mannen-in-pakken-look op, én de gedachte om kunst tot bij iedereen in het alledaagse leven te brengen.
Kortom: enjoy!
GILBERT & GEORGE: NO SURRENDER Regie: Chris Rodley UK 2007, 50 min.
Het zou een Quizvraag voor Gevorderden kunnen zijn: hoe heet de film waarin Matthias Schoenaerts, Radja Nainggolan en Moussa Dembele meespelen, en waarvoor Tourist en NoMobs de soundtrack maakten?
Het antwoord: ‘DE PLEINTJES’, een bijzonder fraaie docu uit 2014 van het Mechelse productiehuis Nummer 10 over het vooral (maar niet alleen) uit straatvoetbal bestaande leven op en rond de Antwerpse pleintjes.
Het pleintjesvoetbal vormde niet alleen diverse wereldtoppers bij de Rode Duivels en in het zaalvoetbal, het was ook de favoriete plek van bijvoorbeeld de jonge Mathhias Schoenaerts (overigens een zeer getalenteerde speler die bijna profvoetballer werd).
Maar behalve een prima leerschool voor toppers-in-de-dop is het pleintjesvoetbal vooral een eindeloze en gratis bron van vermaak voor de vele honderden Antwerpse stadsjongeren uit vaak kansarme gezinnen.
Net zoals zovele anderen uit de culturele en mediasector werd ook de Mechelse cameraman en filmmaker Laurens ‘Tumult’ Van Hove opeens technisch werkloos door de coronamaatregelen.
Maar hij bleef niet bij de pakken zitten, en begon onder de naam ‘MY CORONA’ een serie korte portretten te draaien van mede-Mechelaars tijdens de lockdown.
Hij heeft ondertussen twee afleveringen online gezet, en die zijn allebei zéér de moeite, dus vertonen we ze heel graag in onze CINEMA CORONA.
De eerste aflevering is een erg knappe mini-docu over Stan Van Craen van de Mechelse koffiebranderij De Kraanvogel, die nu opeens geen koffie meer mag gaan verkopen op zijn geliefde markten.
Aflevering 2 gaat over kunstschilder Laurenz Coninx, die het gewoon was om de hele week in zijn atelier tussen vier muren te zitten. Maar nu moet hij daar ook in het weekend blijven, en dàt verandert de zaak…
En als u zin hebt in meer oude, minder oude en nieuwe Mechelse filmpjes, reportages, vlogs en docu’s kunt u terecht op ons ONLINE MECHELS FILMARCHIEF, waar we ondertussen al zowat 300 filmpjes over Mechelen en omliggende gemeenten verzameld hebben, van 1913 tot 2020!
Elke maandag presenteren we u – in virtuele samenwerking met Academie Mechelen – een nieuwe Art & Film in onze CINEMA CORONA.
Vandaag gingen we voor ‘THE SILENCE OF ROTHKO’, een heel knappe documentaire waarin Marjoleine Boonstra het oeuvre van Mark Rothko probeert te doorgronden.
De mensen die ze daarvoor bij haar documentaire betrok waren niet van de minste: Rothko-biografe Annie Cohen-Solal, zoon Christopher Rothko (die uit de geschriften van zijn vader voorleest), de in Rothko gespecialiseerde restauratrice Carol Mancusi-Ungaro en curator Franz Kaiser.
Hoewel velen Rothko als een abstract schilder zien, zag hij dat zelf compleet anders: voor Rothko draaiden zijn werken om menselijke gevoelens, en gingen ze over tragedie, extase, doem en ondergang. ‘Wie bij het zien van mijn werken huilt, voelt dezelfde emotie als wanneer ik ze maakte,’ zei hij zelf.
Uiteraard ontbreekt in de film ook het onbetwiste hoogtepunt uit zijn oeuvre niet: de Rothko Chapel in Houston, een raamloze kapel waarin veertien religieus geïnspireerde, bijna transcendente werken hangen waaraan hij de laatste zes jaar van zijn leven werkte.
Het is een indrukwekkend en tot stilte dwingend artistiek testament, precies wat Rothko wou, want: ‘Silence is so accurate.’
Voor hij prachtfilms als ‘Cold War’ en ‘Ida’ maakte, regisseerde Pawel Pawlikowski jarenlang even schitterende documentaires voor de BBC.
Zie bijvoorbeeld zijn ‘TRIPPING WITH ZHIRINOVSKY’, een docu uit 1995 waarin hij de toen angstwekkend snel opkomende extreem-nationalistische populist-politicus Vladimir Zhirinovsky volgde tijdens een bizarre verkiezingstrip met een boot op de Volga.
De film en de trip beginnen met droogkomisch in beeld gebrachte ‘In de Gloria’-toestanden: de organisatie van Zhirinovsky’s campagne is ronduit knullig en kneuterig, het decor is dat van een extreem verpauperd land, het publiek lijkt schaars en ongeïnteresseerd, en Zhirinovsky zelf heeft de onaantrekkelijke uitstraling van een humorloze, stijlloze en hondsbrutale bully.
Bovendien doet hij ronduit krankzinnige beloftes: de werkloosheid? Zal hij meteen oplossen! De dakloosheid? Binnen de twee maand verdwenen! Verder zal hij aan iedereen leningen verschaffen, die ze op eigen tempo mogen terugbetalen.
Hoe hij dat gaat doen? Geen idee!
En wie dat allemaal gaat betalen? Duitsland!
O ja: hij belooft ook dat àls hij verkozen wordt, ze nooit meer zullen moeten gaan stemmen.
Ondertussen zit hij openlijk voor de camera te bedenken welke leugens hij kan verspreiden om zijn tegenstanders in diskrediet te brengen, en brengt hij – hoewel hij zelf geen druppel alchohol drinkt – zijn eigen wodkamerk in de handel.
Kortom: what’s not to like?
Maar zie: hoe waanzinniger zijn uitspraken en hoe krankzinniger zijn beloftes, hoe populairder hij wordt (in die mate dat hij uiteindelijk maar op een zucht van het presidentschap zal stranden).
‘Tripping with Zhirinovsky’ (het ‘tripping’ uit de titel kan op twee manieren vertaald worden, want het is inderdaad een hallucinante trip) geeft een tegelijk komisch en angstwekkend beeld van populisme in actie, en is in deze Trump-tijden bijgevolg nog altijd verrassend actueel. En nog altijd even lach- als angstwekkend.
Vandaag snuiven we in onze CINEMA CORONA de sfeer van de sixties op, ook al dateert de film die we kozen eigenlijk uit 1971.
In ‘ARTHUR IS FANTASTIC’ volgdeLudo Mich de belevenissen van Arthur Indenbaum, de zoon van een Amerikaanse diamanthandelaar die eind jaren ’60 in Antwerpen was aangespoeld.
Arthur was met zijn uitermate indrukwekkende figuur – hij woog 140 kilo, was boomlang en had een imposante haardos – een zeer opgemerkt personage in ‘t Stàd, eind jaren ’60.
In die mate dat er een plan ontstond om in galerie Vacuum van Luc Deleu, Filip Francis en George Smits een speciale expo te organiseren.
Naam van de expo? ‘Arthur Is Fantastic’.
Onderwerp van de expo? Arthur Indenbaum, die zichzelf naakt zou tentoonstellen voor de bezoekers…
‘Arthur Is Fantastic’ toont ons – behalve een portret van Arthur – een bijzonder levendig en grappig sfeer- en tijdsbeeld van de Antwerpse avant garde-kunstwereld uit die tijd, die de goegemeente verbouwereerde met anarchistische happenings en ontregelende performance art.
Regisseur Ludo Mich was overigens de man die in de sixties zowat eigenhandig die performance art in België introduceerde (nog vóór stadsgenoot Panamarenko) en ontpopte zich in de loop der jaren tot een soort moderne renaissanceman: filmmaker, schilder, holograaf, muzikant, performance artist én eigenaar van de meest aanstekelijke bulderlach in de kunstwereld, hij is het allemaal.
Weetje: de film werd gemonteerd door de jonge Robbe De Hert.
Enjoy!
BONUS: een ‘Histories’-aflevering van de VRT over legendarische mode-ontwerpster Ann Salens, de toenmalige echtgenote van Ludo Mich, die in de reportage ruim aan bod komt.
Deze documentaire van Ria Van Alboom en Guido Martens bevat vele beelden van de Antwerpse kunstscene in die periode.
Art & Film is ook online een samenwerking tussen Academie Mechelen en het Filmhuis.
Zoals op elke online-maandag presenteren we u vandaag opnieuw een Art & Film, naar goede gewoonte in virtuele samenwerking met Academie Mechelen.
Op het programma staat ‘STYLE WARS’, een uiterst opwindende docu van Tony Silver en Henry Chalfant uit 1983, over de in die tijd zeer levendige en vibrerende graffiti- en hiphopcultuur in New York.
De makers volgden niet alleen tal van de beste graffiti-artiesten tijdens hun (vaak illegale) bezigheden in de metro, maar laten ook de wanhopige autoriteiten aan het woord: voor de toenmalige New Yorkse burgemeester Koch, agenten, ouders en vertegenwoordigers van het metrobedrijf was het – ondanks hun stoere waarschuwingen, pseudo-coole campagnes en dreigen met straf – dweilen met de kraan helemaal open.
Graffiti-pioniers als Taki 183, Seen, Iz The Wiz, Dondi, Zephyr en de éénarmige Kase2 worden ondertussen algemeen erkend als belangrijke artiesten, maar werden toen – zo blijkt uit deze docu – door de goegemeente alleen maar als vandalen gezien.
Behalve de beste graffiti-artiesten heeft ‘Style Wars’ ook een soundtrack die propvol staat met ondertussen klassiek geworden hiphoptracks van (o.a.) The Sugarhill Gang, Rammelzee, Trouble Funk en Grandmaster Flash, én wisten ze er enkele geweldige scènes te filmen met breakdancepioniers Crazy Legs en Frosty Freeze van de Rock Steady Crew.
Verplichte en fantastische entertainende kost voor iedereen die iets wil weten over de wortels van de graffiti en de street art, over rap, over breakdancing of over het New York van de vroege jaren ’80.
Naar maandagse gewoonte hebben we vandaag in CINEMA CORONA een Art & Film in de aanbieding, zoals altijd in virtuele samenwerking met Academie Mechelen.
Op het programma staat ‘EXIT THROUGH THE GIFT SHOP’, de geweldige mockumentary van Banksy over de wereld van de street art.
Als drijvende kracht achter ‘Exit’ wordt ene Thierry Guetta gepresenteerd, een Fransman die in LA een zaak in tweedehandskleding uitbaat. Wanneer Guetta ontdekt dat zijn neef de man is die schuilgaat achter het street art-pseudoniem Invader, besluit hij diens werk te beginnen filmen.
Het is de start van wat tot een documentaire over street art moet leiden, want Invader kan Guetta in contact brengen met de bekendste namen uit het milieu, allemaal (half) in de illegaliteit en/of anonimiteit opererende artiesten en duistere collectieven die zich schuilhouden achter namen als Monsieur André, Neck Face, Poster Boy, Zevs, Shepard Fairey…
Het is die Shepard Fairey die Guetta in contact brengt met de enigmatische (en ook tien jaar na het uitbrengen van de documentaire nog altijd niet ontmaskerde) grootmeester van de street art: Banksy.
Guetta slaagt er niet alleen in het vertrouwen van Banksy te winnen, hij krijgt ook de volstrekt unieke kans hem tijdens zijn activiteiten in Engeland te volgen – met een camera zelfs!
Probleem: uit de extreem belabberde kwaliteit van de geschoten ruwe footage blijkt dat Guetta wel een enthousiast veelfilmer is (hij beschikt over duizenden uren beeldmateriaal van de wereldtop van de street art), maar helaas een veelfilmer die letterlijk over geen énkel regie- of fotografietalent beschikt…
‘Exit Through The Gift Shop’ is een fenomenaal grappige, boeiende en ontregelende film: is dit nu écht een documentaire van/over de bekendste hedendaagse artiest, of neemt Banksy de kijker alleen maar 90 minuten lang in de zeik?
Wat ook het antwoord is, in beide gevallen is dit essentieel kijkvoer.
De fantastische soundtrack is van Geoff Barrow, het muzikale brein achter Portishead en BEAK>.
In het weekend houden wij van een streepje muziek.
En voor wie door middel van die muziek ook graag nog wat door het binnenzitten opgebouwde agressie kwijtraakt, hebben we vanavond een echte treat klaarstaan in onze CINEMA CORONA.
Filmmaakster Penelope Spheeris dompelde zich eind jaren ’70 helemaal onder in de toen wild opborrelende punkscene van L.A., wat haar een regelrechte klassieker in het genre opleverde: ‘THE DECLINE OF WESTERN CIVILIZATION’.
Spheeris filmde niet alleen de op zijn zachtst gezegd nogal aparte optredens (waar de grens tussen wild enthousiasme en pure agressie steevast amper te onderscheiden was) maar volgde de punks met haar camera ook in hun dagelijkse leven, en peilde in interviews naar hun verleden, ideeën en dromen.
Daardoor geeft de film een unieke inkijk in wie de outsiders zijn die deze undergroundwereld bevolken: een bonte combinatie van kinderen uit gebroken gezinnen, jonge junkies en alcoholisten, anarchisten, weglopers, provocateurs, illegale migranten en middle class kids die uit de banaliteit van hun bestaan wilden ontsnappen, plus hier en daar een suïcidale gek en een verdwaalde psychopaat.
De soundtrack en fantastische concertbeelden worden geleverd door bands die in het genre ondertussen allemaal een legendarische status verworven hebben:
– Black Flag, met hun extreem agressieve punk zowat de uitvinders én aanstokers van de hardcore.
– The Germs, een band waarvan het idee leek te zijn om totale anti-muzikaliteit te combineren met chaos en zelfdestructie – dat laatste is in het geval van hun jong gestorven voorman Darby Crash uiteindelijk ook helemaal gelukt. Hun gitarist Pat Smear zou nadien dan weer bij Nirvana en de Foo Fighters terechtkomen.
– X: de groep rond het duo Exene Cervenka en John Doe was waarschijnlijk muzikaal de meest toegankelijke van de bende.
– De Circle Jerks, samen met Black Flag bedenkers van de hardcore.
Maar de chaos die zij allemaal veroorzaakten was eigenlijk allemaal maar klein bier vergeleken bij de – spoiler alert! spoiler alert! – concertbeelden die we van Fear te zien krijgen, aangevuurd door meester-trol Lee Ving: met zijn ultracynische, provocerende commentaren kreeg die het publiek zo opgejut dat er nog vóór hun optreden al een gigantische knokpartij tussen de groep, het publiek en de overactieve buitenwippers ontstond.
De rest van het – overigens prima! – concert verloopt dan ook temidden een regen van uppercuts, karatetrappen en alom in het rond vliegende rochels.
Kortom: dolle ambiance!
Als iemand u ooit nog met het cliché ‘muziek verzacht de zeden’ om de oren slaat, laat hen dan deze ‘Decline of the Western Civilization’ zien.
Een interview met Penelope Spheeris over haar werk: