CINEMA CORONA #94: THE BIG COMBO (Joseph Lewis)

Big_Combo_LewisQuarantainedag 94!

Vandaag in onze CINEMA CORONA: ‘THE BIG COMBO’ van Joseph Lewis.

Politie-inspecteur Leonard Diamond probeert al een hele tijd gangster Mr. Brown te betrappen op financiële malversaties, maar harde bewijzen tegen de man ontbreken.
Bovendien heeft de gladde, psychopathische gangsterbaas op alle mogelijke niveaus connecties.
Of zoals zijn collega-inspecteur het uitdrukt: ‘You’re fighting a swamp with a teaspoon’.

En omdat het onderzoek handenvol geld kost en geen resultaat oplevert, dreigen zijn oversten er ook nog eens mee het helemaal stop te zetten.

Diamond ziet een laatste kans in het schaduwen van Susan Lowell, de vriendin van de gangster. De bloedmooie – maar suïcidale – dame is uitgegroeid tot een ware obsessie voor de speurder…

‘THE BIG COMBO’ is een magistrale film noir van Joseph Lewis, die vijf jaar eerder ook al het even briljante ‘Gun Crazy’ maakte.
Let vooral op de fabelachtige fotografie van John Alton, het wondermooie chiaroscuro-schaduwenspel en de excellente, jazzy soundtrack van David Raskin.

Bijzonder uniek, opvallend en gewaagd voor een film uit 1955: de twee genadeloze hitmen van Mr. Brown (gespeeld door Earl Holliman en Lee Van Cleef) zijn een voor de goede verstaander bijna openlijk homoseksueel koppel.

CINEMA CORONA #91: THE STRANGER (Orson Welles)

The_StrangerDeze film was maar tijdelijk beschikbaar en is niet meer te bekijken, u kunt nog wel tal van andere boeiende films online zien in onze CINEMA CORONA.

‘THE STRANGER’ is misschien wel de meest ondergewaardeerde film uit de rijke carrière van de briljante Orson Welles.

De film werd meteen na WOII gemaakt, en draait rond nazi-jager Wilson (gespeeld door Edward G. Robinson).
Die is op zoek naar de hooggeplaatste nazi Franz Kindler, die erin geslaagd is uit handen van de geallieerden te blijven.
Omdat er geen enkel spoor is naar de man, wordt besloten zijn vriend en collega-nazi Konrad Meinike te laten ontsnappen en die vervolgens te laten schaduwen, in de hoop dat hij hen naar de spoorloze Kindler zal brengen.

De “ontsnapte” Meinike vlucht naar Harper, een klein stadje in Connecticut. Een plaats waar zich op het eerste gezicht geen ex-nazi’s schuilhouden, maar een doodgewoon plaatsje met een school, een kerk en een dorpswinkel annex café…

Wat volgt is een kat-en-muis-spel tussen de nazi-jager en zijn prooi.

Orson Welles zelf was totaal niet tevreden over de film, omdat monteur Ernest Nims van de studio de opdracht had gekregen alles wat maar enigszins overbodig leek weg te knippen.
Nims – door Welles denigrerend ‘the Great Supercutter’ genoemd – kweet zich nogal enthousiast van die taak, en sneed ruim een half uur weg van de versie die Welles in zijn hoofd. Onder andere een openingsscène van negentien minuten is zo (waarschijnlijk definitief) verloren gegaan…

Desalniettemin is ‘The Stranger’ nog altijd een lekker ouderwets spannende thriller, met prima vertolkingen van Robinson, Loretta Young en uiteraard Welles zelf, in prachtige zwart-witbeelden gegoten door meester-cameraman Russell Metty.

‘The Stranger’ is overigens ook de eerste fictiefilm waarin beelden van de holocaust gebruikt zijn (toen Welles de eerste newsreels van de concentratiekampen zag, vond hij het essentieel dat iederéén die beelden te zien zou krijgen)

Regisseur Joe Dante vertelt over de achtergrond van de productie ‘The Stranger':

CINEMA CORONA #89: MULTIPLE MANIACS (John Waters)

Multiple_ManiacsQuarantainedag 89!

Vandaag in CINEMA CORONA: ‘MULTIPLE MANIACS’, een film van John Waters die ook na 50 jaar nog zó wansmakelijk is dat hij nog altijd perfect in de tijdsgeest past!

‘Multiple Maniacs’ werd in 1970 met een budget van “ongeveer 5.000 dollar” door Waters en een stel gekke vrienden (met als “ster” de onnavolgbare travestiet Divine) gedraaid met de bedoeling zoveel mogelijk mensen op stang te jagen.

Een bedoeling die jammerlijk mislukte, want 50 jaar later deze als practical joke gemaakte film een absolute klassieker van de Goede Slechte Smaaak geworden, én – helemaal hilarisch – piekfijn gerestaureerd heruitgebracht in de Criterion-collectie, tussen de films van Ingmar Bergman en Andrei Tarkovski.

Het verhaal is losjes gebaseerd op dat van de Manson Family, de sekte rond Charles Manson die in 1970 net een spoor van dood en vernieling door Californië getrokken had.

Alles draait rond Lady Divine, die met haar circusshow van freaks en seksuele perverten door het nette huisje-tuintje-boompje-deel van Amerika trekt.
Hoewel de ingang voor deze ‘Cavalcade of Perversion’ gratis is, is de inhoud van hun freakshow zó walgelijk dat de potentiële toeschouwers meestal lichte fysieke dwang nodig hebben om binnen te gaan, en in sommige gevallen zelfs gewoon gedrogeerd moeten worden – en bovendien worden ze aan het eind van de show steevast beroofd door Divine.

Na een tijdje is Divine die berovingen echter beu, en besluit ze de toeschouwers maar meteen te vermoorden in plaats van hen te beroven…

De film heeft alles wat een mens zich aan slechte smaak en Z-filmpret kan wensen: het begint al meteen met de heerlijk knullige titelsequentie, en na 90 waanzinnige minuten waarin lijmsnuivers, een rozenkrans en een gigantische kreeft een hoofdrol spelen, blijft de toeschouwer verbluft achter met het gewenste ‘what the fuck did I just watch?’-gevoel.

Waters vond destijds uiteraard geen verdeler voor zijn film, en huurde dan maar zelf cinemazalen en drive in-theaters af om hem aan de man te brengen: met succes, want een halve eeuw later is John Waters voor duizenden wansmaak-fans nog altijd de enige echte Pope of Trash.

Enjoy!

Interview met Waters naar aanleiding van de restauratie van de film:

CINEMA CORONA #86: ONE WEEK (Buster Keaton)

One_WeekQuarantainedag 86!

Kan er tussen de dagelijkse rampberichten over corona, racisten, IS, smeltende poolkappen, opbrandende regenwouden, alarmerend lage waterstanden, Donald Trump, Bolsonaro en Poetin door ook nog eens gelachen worden?

Welja: in CINEMA CORONA, want wij hebben een werkelijk ge-wel-di-ge komedie klaarstaan, vanaf de eerste tot de laatste seconde non-stop volgepropt met gags, slapstick, briljante visuele jokes en ronduit krankzinnige (en nog altijd onovertroffen) filmische stunts: ‘ONE WEEK’ van Buster Keaton, gemaakt in 1920 (!!!)

De plot is simpel: Buster is net getrouwd met zijn geliefde, en heeft een zelfbouwpakket voor een eigen huis gekocht.
Vol goede moed beginnen ze samen aan hun liefdesnestje te timmeren, zagen en boren. Helaas heeft een afgewezen huwelijkskandidaat van zijn kersverse echtgenote het bouwpakket lichtjes gesaboteerd…

De hele film is een swingende opeenvolging van briljante komische scènes, maar vooral de scène waarin Buster een volledige huisgevel op zijn hoofd dreigt te krijgen is een absolute klassieker geworden – en opgenomen een eeuw vóór er van CGI sprake was, jongelui!

De evenzeer uitmuntende soundtrack is live opgenomen bij onze onvolprezen collega’s van The Lucky Dog Picturehouse, inclusief de talloze lachsalvo’s van het publiek.

U wil nóg meer Buster Keaton?
Dan verwijzen u graag naar het geniale ‘THE SCARECROW’, ook nog altijd gratis te (her)bekijken!
Of naar niet minder briljante films als ‘THE GENERAL’ of ‘THE PALEFACE’.

Enjoy!

Meer interessante achtergrondinfo bij de comedy van Keaton en die van ‘ONE WEEK’ in het bijzonder in dit filmpje:

CINEMA CORONA #82: FAUST (Friedrich Wilhelm Murnau)

FaustQuarantainedag 82!

Folk-horror is de laatste jaren opnieuw behoorlijk populair onder de millenials (Ari Asters ‘Midsommar’ is maar één voorbeeld), maar hey kids: ook uw betovergrootouders smulden al van het genre.

Als bewijs hebben we vandaag in CINEMA CORONA het magistrale ‘FAUST’ van de grote Friedrich Wilhelm Murnau klaarstaan.

Het verhaal is losjes gebaseerd op de klassieke versie van de Faust-mythe van Goethe (de ondertitel van de film is dan ook ‘Eine Deutsche Volkssage’) waarin Mephisto met een aartsengel wedt dat hij de ziel van een goede man kan vernietigen. Als Mephisto de weddenschap wint, krijgt hij de macht over de hele aarde.
Mephisto kiest als doel Faust, een alchemist in een Duits stadje. Het plaatsje wordt meteen door allerlei plagen getroffen (dit is de ideale film om tijdens een virus-lockdown te bekijken), en hoe hard Faust ook bidt en werkt, de ellende en de rampspoed blijft keihard toeslaan.

Ten einde raad gooit Faust zijn bijbel in het vuur, en besluit hij zijn ziel aan de duivel te verkopen…

Visueel is dit – zoals altijd bij Murnau – een ronduit verbluffende film, met in de hoofdrollen de toenmalige sterren Gösta Ekman (als Faust), Emil Jannings (als Mephisto) en Camilla Horn (als Gretchen, de gedoemde geliefde van Faust).

CINEMA CORONA #80: THE NAKED CITY (Jules Dassin)

naked_cityQuarantainedag 80!

Vandaag in CINEMA CORONA één van de allerbeste en meest invloedrijke naoorlogse misdaadfilms: ‘THE NAKED CITY’ van Jules Dassin.

Het (in half-documentaire stijl gefilmde) verhaal volgt het onderzoek naar de verdachte dood van Jean Dexter, een jong model in New York City.
Veteraan Dan Muldoon – 22 jaar dienst – krijgt de zaak toegewezen, en krijgt bij het onderzoek hulp van zijn jonge collega Jimmy Halloran, die amper drie maand in dienst is.

Waar er eerst een zelfmoord vermoed wordt, blijkt dat op basis van de feiten niet te kloppen. Sporen leiden in de richting van een aantal verdachten, die allemaal een link blijken te hebben met een reeks inbraken in appartementen…

Regisseur Jules Dassin – die later als communist op de beruchte Hollywood-blacklist terechtkwam en naar Frankrijk zou vluchten – liet zich voor ‘The Naked City’ inspireren door het werk van de briljante misdaadfotograaf Weegee (die in 1945 het boek ‘Naked City’ had uitgebracht), en huurde hem ook in als visueel consultant voor de film.

De look en de stijl van de film zijn dan ook ronduit adembenemend, en het camerawerk van William Daniels werd achteraf zeer terecht met een Oscar bekroond.

Omgekeerd zou ‘The Naked City’ dan weer dé inspiratiebron worden voor de jonge Stanley Kubrick, die als fotograaf op de set rondliep.

Kortom: een absolute aanrader.

CINEMA CORONA #72: KNIFE IN THE WATER (Roman Polanski)

knife_in_the_water

86 (!) is Roman Polanski ondertussen, en voor de uitmuntende CINEMA CORONA-film van vandaag gaan we helemaal terug naar het begin van zijn carrière, in 1962.

Na een reeks opmerkelijke kortfilms waar het talent vanaf spatte, regisseerde hij toen zijn eerste langspeler, die hem meteen een wereldwijd publiek én een Oscarnominatie voor Beste Buitenlandse Film zou opleveren: ‘KNIFE IN THE WATER’.

Het verhaal draait rond André en Krystyna, een wat op elkaar uitgekeken koppel dat op weg is naar een uitje aan een meer, om daar een zeiltocht te gaan maken. Op weg daar naartoe rijden ze echter bijna een onvoorzichtige lifter omver.
Ondanks de woordenwisseling die daarna ontstaat tussen de man en de lifter, nemen ze hem toch mee, en nodigen ze hem uiteindelijk zelfs mee uit op de zeiltocht.

Maar eens op de boot ontstaat toch weer animositeit tussen de iets oudere, succesvolle en hautaine man en de hanige jongere lifter: allebei willen ze het alfamannetje zijn, allebei proberen ze – bijna op het kinderachtige af – indruk te maken op de sexy vrouw…

De jonge Polanski draaide de film nog in het communistische Polen, waar de partijbureaucraten overigens het scenario eerst hadden afgewezen.
Ondanks dat soort tegenwerking en de beperkte middelen slaagde Polanski er (samen met zijn maat en co-scenarist Jerzy Skolimowski) erin toch een ijzersterke, broeierige, spannende en sexy film af te leveren.

De jazz-soundtrack van Krzysztof Komeda is ronduit fantastisch, net als de adembenemende zwart-witfotografie van Jerzy Lipman.

CINEMA CORONA #70: SCARLET STREET (Fritz Lang)

scarlet_streetQuarantainedag 70!

Vandaag in onze CINEMA CORONA: ‘SCARLET STREET’ van Fritz Lang, één van de allerbeste uit het zeer rijke film noir-genre, en misschien wel één van de beste naoorlogse films tout court.

Fritz Lang had voor de oorlog de Duitse cinema mee op de wereldkaart gezet met magistrale films als ‘Metropolis’ en ‘M – Eine Stadt Sucht Ein Mörder’, maar door de opkomst van het nazisme besloot hij het zekere voor het onzekere te nemen, en naar de Verenigde Staten uit te wijken (zijn vrouw Thea von Harbou, met wie hij o.a.’Metropolis’ maakte, koos overigens voor de foute kant van de geschiedenis).

In Amerika zou Lang in Hollywood een grote, rijkgevulde carrière opbouwen, waarin deze ‘Scarlet Street’ één van de absolute hoogtepunten is.

Het verhaal draait rond Christopher Cross, een bankbediende die met een midlife crisis kampt, en die halsoverkop verliefd raakt op een knappe, veel jongere vrouw.
Om indruk op haar te maken zwijgt hij over zijn echte job, en presenteert hij zich zich als een rijke, succesvolle artiest, terwijl hij in realiteit alleen maar een hobbyschilder is.

De echte vriend van de jonge vrouw heeft nu echter geld geroken: hij zet zijn vriendin er toe aan met de relatie door te gaan, om de man die ze verkeerdelijk voor een stinkend rijke artiest aanzien zoveel mogelijk poen af te troggelen…

Lang toont zich in ‘Scarlet Street’ een absolute meester in het creëren van een fatale doemsfeer, én in een kenner van de menselijke psychologie: de hele film lag creëert hij razend spannende mind games die de kijker tot de laatste seconde aan zijn stoel gekluisterd houden.

Femme fatale Joan Bennett en Dan Duryea zijn uitmuntend als het koppel dat de ongelukkige sukkel Edward G. Robinson van zijn geld wil afhelpen.

De fantastische zwartwit-fotografie is van Milton R. Krasner, het scenario van Dudley Nichols.

‘Scarlet Street’ is één van die onverwoestbare films die iederéén gezien zou moeten hebben. Bij dezen, hier uw kans:

CINEMA CORONA #67: MY DARLING CLEMENTINE (John Ford)

Quarantainedag 67!My_Darling_Clementie

John Ford wordt door velen gezien als dé grootmeester van de Amerikaanse cinema, en daar zijn inderdaad vele argumenten en nog veel meer prachtfilms voor aan te halen.

Eén van zijn allerbeste is ‘MY DARLING CLEMENTINE’, een zo goed als perfecte film, gebaseerd op het (ook door vele andere regisseurs verfilmde) westernhistorie van Wyatt Earp, Doc Holliday, Tombstone en de O.K. Corral.

Het verhaal begint op het moment dat de gebroeders Earp – die hun vee richting Californië drijven – bij het stadje Tombstone arriveren.

Wanneer de oudste broers daar op onderzoek uitgaan, ontdekken ze dat er totale wetteloosheid heerst, in die mate dat niemand zich zelfs maar kandidaat durft te stellen voor de openstaande vacature van sheriff.
Maar de meest angstwekkende ontdekking volgt bij hun terugkomst: hun jongste broer James – die achtergebleven was om op het vee te passen – is vermoord.

Vastbesloten de laffe moord op hun broer te wreken, stelt Wyatt Earp zich kandidaat als sheriff van Tombstone…

‘My Darling Clementine’ is een film waarin Fords enorme talenten helemaal tot uiting kwamen: enerzijds zijn verbluffende visuele kracht (letterlijk élk beeld zit goed), en anderzijds zijn unieke gave om verhalen te vertellen – Ford grijpt de kijker van bij de eerste seconde bij zijn nekvel, en laat hem pas weer los nadat ‘The End’ over het scherm is gerold.
Bovendien weet Ford altijd het beste in zijn acteurs naar boven te halen: Henry Fonda, Victor Mature, Linda Darnell en Walter Brennan zijn hier allemaal outstanding.

En dan is er natuurlijk nog de titelsong, die als rode draad doorheen de film gebruikt wordt, en dat al die jaren later nog altijd een westernklassieker is.

Enjoy!
(Tip: van John Ford is ook het even geweldige ‘STAGECOACH’ nog altijd te (her)bekijken in onze CINEMA CORONA)

De Amerikaanse filmcriticus Ben Mankiewicz leidt de film vakkundig in:

CINEMA CORONA #63: DEATH RACE 2000 (Paul Bartel)

death-race-2000Quarantainedag 63!

 

Tarkovski, Fassbinder en Chantal Akerman, allemaal goed en wel, maar zo af en toe eens een lekker vettige, trashy B-film, volgepakt met zwarte humor, dwaze actie en heerlijke onnozeliteiten: moet toch ook kunnen, niet?

En in dat genre van de zwarte humor, dwaze actie en heerlijke onnozeliteiten is er waarschijnlijk geen betere film te vinden dan ‘DEATH RACE 2000′ van Paul Bartel.

De film speelt zich af in het Amerika van het jaar 2000, een land dat helemaal de foute kant is uitgegaan: politieke onrust en anarchie hebben ervoor gezorgd dat een dictatoriale president de macht heeft gegrepen. En die sust de massa met brood en spelen. (Tot daar klinkt het scenario eigenlijk verrassend vertrouwd en realistisch)

Hoogtepunt (of dieptepunt, zo u wil) is de Transcontinental Road Race, een extreem brutaal race-evenement waarbij de deelnemers punten kunnen verdienen door nietsvermoedende voetgangers omver te rijden, met bonuspunten naargelang het type mens dat omver gereden wordt…
Bij de deelnemende piloten uiteraard alleen maar zéér fout volk, zoals een neo-nazi (‘Matilda the Hun‘), een soort Romeine gladiator (‘Nero the Hero‘), een killer-cowgirl (‘Calamity Jane‘) en een gangster uit de achterbuurten van Chicago, Machine Gun Joe, grappig genoeg gespeeld door de jonge Sylvester Stallone.

‘Death Race 2000′ zorgde destijds (in 1975) uiteraard voor de nodige controverse, en we vermoeden dat hij nog altijd niet zal gebruikt worden om verkeersveiligheid te promoten, maar de film heeft ondertussen wél een onverwoestbare cultstatus opgebouwd (en is een inspiratiebron voor talloze videogames).

‘Death Race 2000′ werd geproduceerd door lowbudgetkoning Roger Corman, die in zijn B-filmfabriek vele supertalenten hun eerste kans gaf: Martin Scorsese, Francis Ford Coppola, James Cameron en tal van anderen leerden allemaal bij hem het vak, en dat leverde vaak zéér amusant en zéér apart entertainment op.
Behalve Stallone doet o.a. ook David Carradine mee.

Enjoy!

Cast en crew praten over ‘the making of’ van ‘DEATH RACE 2000′: