CINEMA CORONA #96: THE DRILLER KILLER (Abel Ferrara)

Driller_Killer_1Quarantainedag 96!

Vandaag in onze CINEMA CORONA een low budget-klassieker van Abel Ferrara: ‘THE DRILLER KILLER’, een film die – zoals u waarschijnlijk zelf al uit de titel kunt afleiden – niet écht geschikt is voor gevoelige kijkers.

Regisseur Abel Ferrara (die later ook het schitterende ‘Bad Lieutenant’ zou maken) speelt zelf de hoofdrol als Reno Miller, een artiest die in het New York van eind jaren ’70 – toen nog een smerige, stinkende en uiterst gevaarlijke stad, met straten vol zwervers en junkies – aan de kost probeert te komen.

Een bijna onmogelijke opdracht, zeker omdat zijn werk maar niet af raakt en hij zijn appartement moet delen met twee jonge vrouwen.
En zijn leven wordt helemaal een hel wanneer zijn huisbaas het appartement erboven verhuurt aan een punkband, die – zoals dat met punkbands gaat – de hele tijd op bijzonder luidruchtige wijze repeteren.

Langzaamaan drijft de getormenteerde Miller af in de totale waanzin, die hem ertoe aanzet ‘s nachts in New York willekeurige mensen met een drilboor te gaan bewerken….

The_Driller_Killer‘The Driller Killer’ werd destijds door de pro censuur-moraalridders steevast aangehaald als één van dé ergste immorele voorbeelden van de video nasties-golf, maar wie veertig jaar later terugkijkt, ziet een film die eigenlijk veel meer in een arthouse dan in een spookhuis thuishoort.

Natuurlijk zitten er enkele horrorscènes in, maar in essentie is dit veel meer een low budget psychologisch drama of een New Yorkse punkfilm dan een typische slashermovie.

De films waar Ferrara voor zijn ‘Driller Killer’ vrolijk uit jatte liggen overigens nogal voor de hand: ‘Taxi Driver’ van Scorsese (het groezelige New York van eind jaren ’70), ‘Repulsion’ van Polanski (de afdaling richting totale waanzin), zelfs wat Cassavetes (het huiselijk drama) en een scheutje ‘Texas Chain Saw Massacre’ (maar dan met een drilboor in plaats van een kettingzaag).
Als dàt geen goede mix is, weten we het ook niet meer.

Kortom: enjoy!
Maar ook: don’t try this at home!

CINEMA CORONA #32: THE CRIPPLED MASTER (Joe Law)

crippledmasters3
Quarantainedag 32!

U dacht dat het Coronavirus het meest verschrikkelijke was dat ooit uit China tot hier geraakte?

Wel: u denkt fout!

Ten bewijze hebben wij vandaag in CINEMA CORONA ‘THE CRIPPLED MASTER’ van Joe Law voor u klaarstaan, een film die van een zodanig verschrikkelijk slechte smaak getuigt dat we vinden dat elke zichzelf respecterende filmfan (maar vooral ook elke zichzelf niét respecterende filmfan) hem gezien moet hebben.
Want hey, in het Filmhuis voeren wij eclectisch programmeren hoog in het vaandel: de ene dag Chantal Akerman, de volgende Buster Keaton en vandaag dus bad taste van de onderste plank.

De plot draait rond twee  gehandicapte Kung Fu-meesters – de ene zonder armen, de andere zonder benen – die wraak willen nemen op de slechteriken. En jawel, de Kreupele Meesters zijn echt met twéé, de titel had dus eigenlijk ‘The Crippled Masters’ moeten zijn, maar het staat onmiskenbaar fout in enkelvoud op de titelrol!

En die titelblunder is maar het begin van de pret, want ‘The Crippled Master’ bevat werkelijk alles wat een foute film zo lekker fout kan maken.
Hilarisch slechte dubbing? Check!
Budget voor maar twee geluidseffecten (meer bepaald ‘yihàà!’ en ‘tsjik-tsjak!’)? Check!
Plotwendingen die een nog meer onduidelijke en verwarring zaaiende richting uitgaan zijn dan de persbriefings van Wouter Beke? Check!
Een vage, vale kopie die van een illegaal gekopieerde VHS van een andere illegaal gekopieerde VHS lijkt te komen? Check!
Totaal zieke gevechtsscènes? Check!
Een toeschouwer die na 90 minuten totaal verbluft achterblijft met de vraag ‘What the fuck did I just watch?’ ? Dubbelcheck!

Overigens geen idee wie ooit met het idee voor een film met gehandicapte Kung Fu-vechters is komen aanzetten, nog minder waarom een producer en een stel investeerders dat vervolgens een goéd idee hebben gevonden, en zo mogelijk nóg minder hoe ze uiteindelijk ooit effectief twéé gehandicapte Kung Fu-vechters hebben gevonden die dat scenario tot uitvoer konden en wilden brengen, maar: de film is gemaakt, en zorgde ervoor dat de gehandicapte vechters Jackie Conn en Frankie Shum echte sterren werden in het verre Oosten.

Probeert ú overigens maar eens in uw kot te oefenen tot u zonder armen te gebruiken nunchaku-stokjes kunt hanteren, of tot u zonder benen iemand een trap tegen zijn middenrif kunt toedienen.

Enjoy – en zoniet zijn we morgen gewoon weer terug met het iets smaakvollere gedeelte van onze programmatie!